Home Nieuws Is dit wat links Nederland wil

Lijst Pim Fortuyn
Eindhoven

Wie zijn wij en...wat willen
 wij in Eindhoven

(Lees verder...)

 

Fractieleden
Lijst Pim Fortuyn











Rudy Reker
Fractievoorzitter








Reker-Lilian Wiebers
Fractiemedewerkster
Commissielid








Tjerk Langman

Commissielid







Mari Nijs
Commissielid








Maik Barten
Jonge Fortuynisten







Lex Cornelissen
Jonge Fortuynisten 

Is dit wat links Nederland wil?

 

Bijdrage: Pieter Stolker

Voormalig voorzitter provincie Zuid Holland en lid Lijst Pim Fortuyn Eindhoven

9 maart 2011


Totalitaire politieke correctheid

In de Huizinga-lezing van 2003 laat Abram de Swaan zien dat het totaal van alle moorden door staten begaan op ongewapende (eigen) burgers in de 20e eeuw honderd zeventig miljoen (170.000.000)  mensen bedraagt.

Dit toch werkelijk onvoorstelbare aantal kan vergeleken worden met het dodental door oorlogshandelingen tegen gewapende tegenstanders: vierendertig miljoen mensen. Er zijn dus in de afgelopen eeuw vijfmaal zoveel weerloze mensen van staatswege vermoord als er door gericht militair ingrijpen gesneuveld zijn.
Tot de grootste moordenaars onder deze socialistische heilstaten behoorden o.a.   Rusland met twee en zestig miljoen mensen. Omgebracht tussen 1917 en 1987 door executie, mishandeling, foltering, uitputting of uithongering. Uitsluitend en alleen omdat de socialistische machthebbers dachten dat deze mensen misschien wel eens een gevaar voor hun machtspositie zouden kunnen zijn. Bijna vijfenvijftig miljoen hiervan waren burgers van de Sovjet-Unie zelf.
De tweede op deze macabere lijst is Communistisch China met ruim vijfendertig miljoen vermoorde burgers tussen 1949 en 1987 .
In dit licht bezien is het opmerkzaam dat onze links georiënteerde elite deze massa moordenaars nog altijd blijven verheerlijken.  GroenLinks is niets anders dan de voortzetting van de CPN die ons land altijd tot eenzelfde staatsinrichting wilde omturnen als voornoemde socialistische heilstaten.
Alle cijfers uit deze Huizinga-lezing zijn ontleend aan het boek van Rudolf J. Rummel - Statistics of Democide: Genocide and Mass Murder Since 1900 (Münster: Lit Verlag, 1997)
Wat ons brengt bij de volgende overpeinzing.
Love, Peace en de Frankfurter Schule
De afgelopen decennia is in de westerse wereld een systeem van overtuigingen, normen en waarden gaan heersen dat bekend staat als "politieke correctheid". Hoewel er soms nonchalant op wordt gereageerd, is politieke correctheid bloedserieus in haar doelstelling: het streeft ernaar een uniformiteit van denken en gedrag op te leggen en tolereert daarbij geen tegenspraak. Daarom kan politieke correctheid als totalitair worden beschouwd, en een regelrechte bedreiging voor de vrijheid en westerse beschaving.
Politieke correctheid wordt gebruikt om debat te blokkeren en tegenstanders te marginaliseren door hen met impopulaire labels te brandmerken. Het corrumpeert taal, vernietigt cultuur en maakt het onmogelijk om kritiek te uiten over wat er in de samenleving gaande is. Dit fenomeen heeft zich vanaf de jaren zestig stevig verankerd in het westen -- van de academische wereld tot en met de entertainment industrie, van de nieuwsmedia tot in de gebouwen van de overheid -- en is in vrijwel alle facetten van de samenleving doorgedrongen. Het is het grote drama van de moderne tijd, een aandoening die voor tientallen miljoenen mensen de dood betekende, in Europa, in Rusland, in China en elders. Maar waar komt het vandaan, wat schuilt erachter?
Een onwillig proletariaat
Politieke correctheid is cultureel marxisme, en de geschiedenis daarvan gaat terug tot voor de Eerste Wereldoorlog.[1] De marxistische theorie stelde dat als eenmaal grote oorlog zou uitbreken in Europa, de arbeiders van alle landen samen zouden opstaan in een revolutie om het kapitalisme -- hun "bourgeoisregeringen" -- omver te werpen, en deze te vervangen door "internationaal socialisme", de revolutie van onderop. Maar toen die grote oorlog er eenmaal was, gebeurde dat niet: ze gingen tegen elkaar vechten. Alleen de elite stond op, de rijkeluiskinderen, de gegoeden. Zoals in 1917 met de revolutie door de Russische "revolutionaire sociaaldemocraten".
De omwenteling in Rusland bracht de voorman van de SDAP, Jelles Troelstra ertoe ook in Nederland een revolutie te ontketenen. Op 5 november 1918 sprak hij tot een verbouwereerde Tweede Kamer dat de arbeidersklasse in Nederland en Duitsland de macht zou gaan grijpen:
"Vergeet niet, wanneer het eenmaal zover is  [de revolutie], dat gij u niet meer staande kunt houden, dan zullen er andere krachten komen, die uw plaats innemen. Dan is de tijd van het burgerlijk regeeringsstelsel [democratie] voorbij, dan zal de arbeidersklasse, de nieuw opgekomen macht, u verzoeken van die plaats te gaan. (...) Uw vrienden zijn wij niet, wij zijn uw tegenstanders, wij zijn als gij wilt uw meest verbitterde vijanden."
Troelstra's revolutie liep op 14 november 1918 met een sisser af. Het proletariaat had hem in de steek gelaten. Ook de revolutie van 9 november in Duitsland zette niet door, en werd uiteindelijk "gesmoord" met een gematigd sociaaldemocratische regering, net als de revolutie van januari 1919, die door de gematigd sociaaldemocraten hard werd neergeslagen. Dit alles was een desillusie voor menig revolutionair socialist, zoals Herbert Marcuse (waarover zo meer) en de latere nazi Georg Strasser, die over de mislukking zei:
"Wij haten die dag, en wij verachten haar aanhangers, net zoals wij haar vrucht haten: de huidige Staat! Maar wij haten die dag en haar opstand niet als reactionairen…maar als revolutionairen! Als Duitsers! Als frontsoldaten! Als socialisten! (…) Waar was die revolutie dan, die in de naam van het socialisme de rode vlag van de zegevierende zelfbevestiging had moeten voeren tegen de opdringers van het vijandige kapitalisme?"
Dus in tegenstelling tot wat de marxistische theorie stelde, liepen arbeiders helemaal niet warm voor de revolutie en had de grote oorlog niet tot de voorspelde internationale geleid. Volgens marxisten kon dat natuurlijk nooit aan de marxistische theorie zélf liggen. Troelstra gaf daarom met enig dédain de arbeiders de schuld, en hij was niet de enige:
"Slechts wil ik er aan herinneren, hoe ook Mevrouw Roland Holst in haar brochure ‘Het socialistisch proletariaat en de vrede’ toegeeft, dat het nationaal gevoel, dat in gewone tijden bij de grote massa sluimert, wanneer een land of een natie wordt aangevallen en zich bedreigd gevoelt, veel intenser in het bewustzijn treedt dan de internationale klasse-eenheid, die nog jong is!"
Herman Gorter, medeoprichter van de SDAP (opgegaan in de PvdA) filosofeerde in een open brief aan Lenin in 1920 over een manier om de arbeiders aan te pakken:
"Het tactische probleem nu is hoe de traditionele bourgeois-manier van denken, dat de kracht uit het proletariaat wegzuigt, kan worden uitgewist; want alles dat de traditionele gezichtspunten versterkt is contraproductief."
Dat was niet aan dovemansoren gericht. Al in 1918 was Lenin begonnen met het "uitwissen" van "traditionele gezichtspunten", van politiek incorrecten. Eerst de politieke en intellectuele competitie, daarna de andersdenkenden, religieuzen en onwillige of overbodige arbeiders. De hoofdaanklager destijds redeneerde: ''Wij moeten niet alleen de schuldigen executeren. Executie van de onschuldigen zal nog meer indruk op de massa maken.'' Dit mondde uit in de Goelag, dat vele miljoenen mensen de dood in zou jagen.
Psychologische conditionering
Twee marxistische theoretici, Antonio Gramsci in Italië en György Lukács (von Szegedin) in Hongarije, kwamen onafhankelijk van elkaar tot eenzelfde slotsom als Herman Gorter. Zij stelden dat de westerse cultuur en de christelijke godsdienst de arbeidersklasse zó "blind" had gemaakt voor haar ware marxistische klassenbelangen, dat het "internationaal socialisme" onmogelijk grond onder de voeten zou kunnen krijgen in het westen, mits de bestaande traditionele cultuur en het christendom zouden zijn vernietigd.
Gramsci meende dat middels een "veranderde cultuur" eerst een nieuwe "socialistische mens" gekneed moest worden, alvorens een socialistische revolutie mogelijk zou zijn. Hij pleitte voor "de mars door de instituties" in het westen; het diep doordringen in de media, universiteiten, belangengroepen, politieke partijen, enz., om zo het internationaal socialisme van binnenuit te bewerkstelligen. Lukács echter, zocht het niet in het veranderen, maar het vernietigen van de cultuur, middels de revolutionaire destructie van de samenleving zelf, want:
"een dergelijke wereldwijde omverwerping van waarden kan niet plaatsvinden zonder de vernietiging van de oude waarden, en het creëren van nieuwe door de revolutionairen."
Toen in 1919 Bela Kun in Hongarije de macht greep en de "dictatuur van het proletariaat" uitriep, werd Lukács staatssecretaris voor cultuur. Al snel pleitte hij voor "revolutionaire terreur" tegen andersdenkenden, wat leidde tot politieke processen en honderden executies, maar ook knokploegen inspireerde, zoals de "Lenin Boys", een voorloper van Antifa (zie foto hieronder) dat als motto had: "Voor ze de revolutie verstikken, stik ze in hun eigen bloed!"
Eén van Lukács' eerste maatregelen echter was de invoering van seksuele voorlichting in de Hongaarse scholen. Hij wilde zo de traditionele seksuele moraal saboteren en daarmee het gezin uiteenspelen, wat een belangrijke stap zou zijn naar de vernietiging van de westerse cultuur zelf. Maar het regime Bela Kun bleef maar kort aan de macht, deels omdat de Hongaarse arbeiders woest waren over Lukács' aanval op hun tradities en moraal.
Frankfurter Schule
Ondanks de mislukking in Hongarije zou Lukács van grote invloed zijn op een marxistische denktank die in 1923 aan de Universiteit van Frankfurt in Duitsland werd opgericht, dat om het marxisme te verhullen het neutraal klinkende Institut für Sozialforschung werd genoemd, maar algemeen bekend staat als de Frankfurter Schule. In 1930 werd Max Horkheimer er de directeur van en ging in alle ernst de aanbevelingen van Lukács tot uitvoering brengen: het vertalen van het marxisme van economische naar culturele termen. Een culturele revolutie als "Paard van Troje" voor de gewenste socialistische revolutie. Waar het Marx pleite voor de vernietiging van de economische structuren van de maatschappij, pleitte de Frankfurter Schule voor de vernietiging van de culturele structuren, de maatschappij zelf.
De sleutel tot het succes van de Frankfurter Schule zou de kruising zijn van de theorieën van Marx met de psychoanalyse van Freud. De theoretici voerden aan dat onder het kapitalisme de arbeiders in het Westen in een toestand van economische onderdrukking leefden, dus ook een zekere psychologische onderdrukking, wat dan voor alle mensen het geval was. Uit de psychologie -- naast Freud onder andere Pavlov en Le Bon -- ontleenden zij vervolgens de techniek van de "psychologische conditionering" van de samenleving met de bedoeling te resulteren in overgave.
In 1933 verhuisde de Frankfurter Schule van Duitsland naar New York. Daar incorporeerden de theoretici de Kritische Theorie in hun werk, wat een destructieve vorm van kritiek behelsde op de belangrijkste elementen van de westerse cultuur, op iedere traditionele maatschappelijke instelling.
Deze met opzet vernietigende kritiek richtte zich vooral op het gezin, maar ook op het christendom, kapitalisme, autoriteit, patriarchaat, hiërarchie, moraal, traditie, seksuele zelfbeheersing, loyaliteit, patriottisme, nationalisme, erfelijkheid, etnocentrisme, conventies en conservatisme.
Hiermee zou het mogelijk moeten zijn de traditionele overtuigingen en de bestaande sociale structuur te saboteren, om die dan te vervangen met een "nieuwe manier van denken", dat zich in dezelfde mate in het elementaire bewustzijn zou moeten nestelen als "de oude manier van denken".
De Frankfurter Schule ging ook werken aan een serie Studies in vooroordelen (Studies in Prejudice), uitmondend in het nu nog immens invloedrijke boek van Theodor Adorno, De Autoritaire Persoonlijkheid, wat stelde dat iedereen die de traditionele cultuur voorstaat, een "fascist" is, een "racist", "antidemocratisch", "rechts" en ook nog eens "geestesziek".
Twee leden van de Frankfurter Schule, Erich Fromm en met name Herbert Marcuse, introduceerden nog iets anders dat centraal staat in de politieke correctheid, en dat is het seksuele element. Marcuse -- die gestudeerd had bij de marxist en nazi-adept Martin Heidegger, en hevig beînvloed was door de eerder genoemde Lukács -- propageerde een "polymorfe perversiteit", narcisme en de omhelzing van een "seksuele bevrijding" -- van feminisme tot aan pedofilie.
Gewillige studenten
Toen Marcuse eind jaren vijftig zag dat de studenten zich begonnen te roeren, hoopte hij op een mogelijkheid de revolutie aan te wakkeren. Hij ging het moeilijk te doorgronden werk van de Frankfurter Schule-denkers vertalen in boeken die voor studenten gemakkelijk te begrijpen waren. In deze boeken pleitte hij voor een "nieuwe beschaving" waar werk en productiviteit irrelevant zouden zijn, iets wat er bij die jongeren inging als koek.
In "Eros en Cultuur" bijvoorbeeld, riep Marcuse op tot een revolutie tegen de traditionele westerse cultuur -- die gebaseerd zou zijn op imperialisme, militarisme, seksisme, racisme, onderdrukking en consumptie -- met de theorie van het grote afwijzen (Great Refusal). Degenen die zich dan zouden aansluiten bij deze revolutie werd vervolgens een Luilekkerlandutopie voorgehouden van vrije seks, en het ontbreken van de noodzaak van werk. In de jaren zestig werd Eros en Cultuur mede daarom de "bijbel" van de jonge generatie; de studenten, de Provo's, de hippies en menig kunstenaar, en werd Marcuse gezien als "de goeroe van de tegencultuur-beweging". Een Amerikaanse student uit die tijd schreef over de Marcuse-rage:
"Aan de oost- en de westkust, stookte menig professor de studenten op tot het actief afwijzen van autoriteit, om gearresteerd te worden, om LSD te proberen, om 'make love, not war' te bedrijven. Ik hoorde dat pagina's uit een stuk met de titel Eros en Civilization, geschreven door de een of andere Herbert Marcuse, onder studenten rondging in cafés, op demonstraties en in studentenhuizen. Het was tijd voor verandering ("change").
Marcuse probeerde het oppositionele denken en gedrag nog wat meer aan te wakkeren met "De Eéndimensionale Mens". Hierin stelde hij dat alleen een marginale groep van niet-geïntegreerde minderheden, "outsiders" en radicale intelligensia, daadwerkelijk in staat zou zijn zich tegen het westerse systeem en maatschappij te verzetten. Daarbij hadden de "onderdrukte minderheden" dan het volste recht om illegaal verzet toe te passen wanneer de legale situatie verzet niet toeliet. Het boek had daarmee grote invloed op de "Nieuw Links"-beweging, waar de radicale vleugel van de PvdA een onderdeel van was, en vanaf dan er een grote invloed zou hebben.
Misselijkmakende middenstand
De eerder genoemde Provo beweging -- die zich oorspronkelijk tot taak had gesteld de Nozems te heropvoeden (radicaliseren) en revolutionair te maken[8] -- stelde dat de onverschillige en luie (want niet-revolutionaire) arbeiders waren ontaard tot een "klootjesvolk", "spruitjeseters" en "misselijkmakende middenstand" waar niemand meer iets goeds van hoefde te verwachten. Dus namen zij zelf maar het heft in handen.
Dit deden zij ondermeer met "ludieke akties", waarin de politie werd geprovoceerd om zo de autoriteiten uit te dagen en te ridiculiseren. De Provo's werden hiertoe geïnspireerd door Marcuse's theorie van de "overbodige-repressie", wat het product van sociale overheersing zou zijn (door ouders, professoren of in dit geval: autoriteiten). Dit werkte diep door in de prive-sfeer, iets waar de theoretici van de Frankfurter Schule lang op gehoopt hadden. Eén van de Nederlandse bezetters van de Parijse universiteit de Sorbonne in mei/juni 1968 -- die in de bibliotheek aldaar met anderen een provisorische La République Provo had ingericht -- schrijft hierover:
"De machtsstructuur in de dagelijkse directe relaties was ondraaglijk geworden voor degenen die aan de zwakkere, ontvangende kant stonden. Niet alleen de machtsverhoudingen binnen het patriarchale gezin werden ter discussie gesteld -- waar de oude, ongelijke verhoudingen tussen man en vrouw en (in mindere mate) tussen ouders en kinderen ondragelijk was geworden -- maar ook directe relaties buiten het gezin: zoals de ongelijke machtsverhoudingen tussen leraar en leerling, tussen de nieuwe professionals en het management, enzovoort."
De "babyboomers" van na de oorlog werden lijnrecht tegenover hun ouders gezet (wat "generatiekloof" genoemd werd). De ouders die de ontberingen van de crisis en oorlog nog goed in het geheugen hadden, zich in de jaren van wederopbouw hadden ontzien en net de welvaart begonnen te genieten, werden ineens door hun kroost voor nazi's en spruitjeseters uitgemaakt. Harry Mulisch schreef instemmend over deze recalcitrante jongeren
"Terwijl hun ouders op ijskasten en wasmachines gezeten met hun linkeroog naar de TEEVEE keken en met hun rechter naar de AUTO voor de deur, een mixer in hun ene hand, De Telegraaf in de andere, begaven de kinderen zich 's zaterdagsavond naar het Spui."
Provo inspireerde op zijn beurt een hele reeks andere bewegingen, zoals de kraakbeweging, de milieubeweging, de jongerenbeweging, de vrouwenbeweging, de vredesbeweging, anti kernenergiebeweging, dierenbevrijdingsbeweging, enz., tot aan discriminatiebureaus aan toe. Dit alles gericht tegen de westerse maatschappij en met name de witte, niet-revolutionaire man. Ook de jongeren die rond 1970 dag en nacht op de Dam in Amsterdam rondhingen, de "damslapers," richtten zich -- geheel volgens de lijn van de Frankfurter Schule en Provo -- tegen het klootjesvolk (hun ouders) en gelijk maar de hele westerse samenleving.
Uit een interview met een "damslaper":
Wat doen jullie hier nu precies?
Wij protesteren vreedzaam.
Waartegen dan?
Tegen De maatschappij.
Maar wat was de ideale maatschappij dan? De luilekkerland- en vrijeseks-utopie uit Eros en Cultuur. Het oprichtingsmanifest van de Oranje Vrijstaat (dat via de De Kabouterpartij voortkwam uit Provo) van 5 februari 1970 licht hierover een tipje van de sluier op:
"De nieuwe maatschappij is (…) gedecentraliseerd en antiautoritair. (…) Het is niet meer het socialisme van de gebalde vuist, maar van de gestrengelde vingers, van de geërecteerde penis..."
Met betrekking tot de huidige voortlevende politieke correctheid, kan Marcuse daarom als het belangrijkste lid van de Frankfurter Schule worden beschouwd. Hij was niet alleen de bron van het hippie-credo "make love not war"-- in de protesten tegen de oorlog in Vietnam, maar bovenal de elementaire link van de Frankfurter Schule naar de tegencultuur van de jaren zestig.
Tijdens de revolutie van mei/juni '68 In Parijs, schilderden studenten dan ook de leus "Marx Mao en Marcuse" op de muren. Ook in de muziek drong de "culturele revolutie" en bijbehorende polaristatie door. Waar Nieuw Links Satisfaction van de Rolling Stones tot de "klassiekers van onze tijd" rekende (wegens de vermeende kritiek op de consumptiemaatschappij), zou John Lennons "Revolution" laten zien dat de Beatles "opzettelijk hun kapitalistische investering aan het veiligstellen waren" (wat Lennon later "corrigeerde" met o.a. de meezinger Imagine). Waarom? Bijvoorbeeld door dit refrein:
"You tell me it's the institution / Well, you know / You better free you mind instead / But if you go carrying pictures of chairman Mao / You ain't going to make it with anyone anyhow"
Totale intolerantie
Het cultureel marxisme van de Frankfurter Schule was zo diep in de "babyboom-generatie" geïnjecteerd, dat het zelfs vandaag nog de heersende ideologie is die zich via het onderwijs, de universiteiten, media en politiek als een epidemie via de latere generaties heeft verspreid. Over deze periode, die een fundamentele verandering betekende van ons normen- en waardesysteem, zei Marcuse dan ook:
"Men kan met recht spreken van een culturele revolutie, omdat het protest gericht is op het hele culturele establishment, inclusief de moraal van de bestaande maatschappij."
Maar niet iedereen was enthousiast. over de "verworvenheden" van deze revolutie. Nicolas Sarkozy bijvoorbeeld zei in zijn presidentscampagne van 2007:
"Na mei '68, kon je het niet meer over de moraliteit hebben. Dat was een woord dat uit het politieke vocabulaire verdwenen was. (..) Mei '68 heeft ons een intellectueel en moreel relativisme opgelegd. De erfgenamen van mei '68 hebben het idee opgelegd dat alles van waarde was, dat er geen enkel verschil tussen goed en kwaad bestond, tussen waar en onwaar, tussen schoonheid en lelijkheid. (...) Ze hebben geprobeerd ons te laten geloven dat er geen hiërarchie van waarden zou kunnen bestaan. Zij hebben uitgeroepen dat alles mocht, dat het gezag aan zijn einde was, dat het met de goede manieren afgelopen was, dat respect voorbij was, dat er niets groots over was, niets heiligs, niets bewonderenswaardigs, geen normen meer; niets was meer verboden."
Inderdaad, "niets was meer verboden", behalve dan voor "rechts". De Frankfurter Schule is de bron van de meest indringende karakteristiek van politieke correctheid waar de westerse samenleving sinds de "sixties" mee geconfronteerd wordt: de absolute intolerantie ten opzichte van alle opvattingen die van buiten de eigen, linkse gelederen komen. Marcuse's populaire essay over Repressieve Tolerantie -- een politiek van keiharde confrontatie en polarisatie -- is een regelrechte rechtvaardiging voor de onderdrukking van de niet-linkse meningsuiting. Het ligt aan de basis van de "hate-speech" wetgeving en de huidige demonisering van politieke incorrectheid. David Horowitz, in de jaren zestig kortstondig aanhanger van Nieuw Links, legt het als volgt uit:
"Volgens Marcuse zou de gewone tolerantie 'die zowel aan links als rechts wordt toegekend, zowel aan agressieve bewegingen als vredesbewegingen, aan hatende als humanitaire partijen, in feite de machinaties van discriminatie beschermen' (repressieve tolerantie). Door deze logica was de onderdrukking van de conservatieve standpunten (bevrijding van tolerantie) een progressieve plicht. Het beoordelen van conservatieve universitaire kandidaten op hun verdiensten, zonder met hun politieke en maatschappelijke opvattingen rekening te houden, stond gelijk aan discriminatie en onderdrukking van de samenleving als geheel".
"Rechts" -- of beter: alles wat niet links was -- had geen recht meer van spreken en al helemaal niet van tegenspraak: het diende met alle middelen bestreden te worden. Politieke incorrectheid werd niet langer meer als een beoordelingsfoutje gezien, maar net als onder Lenin op zijn best als een psychische aandoening, en op zijn slechtst als verraad. Dit heeft de vijandigheid ten opzichte van wat niet "links" is in de samenleving en politiek vanaf de jaren zestig tot nu aan toe vergaand beïnvloed. Marcuse's "bevrijding van tolerantie" is daarom feitelijk niets minder dan een recept voor (gewelddadige) onderdrukking.
De Frankfurter Schule inspireerde -- via Gramsci en vooral Marcuse -- niet alleen Provo en Nieuw Links (PvdA). De gepropageerde absolute intolerantie tegenover "rechts" heeft ook belangrijke invloed gehad op bijvoorbeeld de Rote Armee Fraktion (1968-1998). Deze linkse terreurbeweging werd opgericht na de studentenrellen van 1968 in Duitsland, die net als de revolutie van vijftig jaar eerder alweer geen "internationale" had gebracht. De "bevrijding van tolerantie" heeft in handen van deze terreurgroep bijna dertig mensen het leven gekost -- waarvan sommigen zelfs koelbloedig werden geëxecuteerd -- en raakten ca. zeventig mensen gewond.
Culturele revolutie
Maar dat was niets vergeleken bij de culturele revolutie die door Mao op 18 augustus 1966 werd aangekondigd ten overstaan van honderdduizenden enthousiast met Rode Boekjes zwaaiende studenten. De politieke correctheid ("dangxing") ontaardde hier in een bloedige massabeweging om de "vijanden van het volk" te elimineren, de andersdenkenden de "contrarevolutionaire revisionisten". De tien jaar durende campagne verwoestte complete families, onvervangbare culturele schatten en eeuwenoude tradities ("sloop het verleden, bouw een nieuwe wereld").
In navolging van culturele revolutie van Mao, werd ook Cambodja geregeerd door een ideologie van politieke correctheid. Door de "onderontwikkelde staat" van de "marxistische eenheid" zagen de revolutionairen -- veelal uit gegoede families -- er zich gedwongen om meer directe en brutale methoden te gebruiken om politieke correctheid af te dwingen.
De Cambodjaanse revolutionairen hadden hun ideeën voornamelijk opgedaan in Frankrijk. Tijdens hun studie in Parijs (sommigen aan de Sorbonne, zoals de onlangs door de Nederlandse advocaten Koppe en Pestman verdedigde Nuon Chea), werden zij lid van de Franse Communistische Partij (Parti Communiste de France; PCF), de meest strak gedisciplineerde en stalinistische beweging in West-Europa. Via de PCF en de Sorbonne maakten ze ook kennis met het werk van de Frankfurter Schule. Deze PCF-leden richtten de Parijse studentengroep op, die op zou gaan in de Unie van Khmer Studenten (l'Union des Etudiants Khmers; UEK), de voorloper van de Khmer Rouge.
Terug in Cambodja inspireerden de ervaringen in Parijs en de culturele revolutie van Mao tot het idee van een socialistische heilstaat. Voormalig student en AEK lid in Parijs, Saloth Sar (nom de guerre: Pol Pot), pleitte daartoe voor het uitroeien van het kapitalisme, wat hij "een geestesziekte" noemde, en de oprichting van een socialistische samenleving gewijd aan landbouw, een "agrarisch utopia". Mao's adagium "Het is op een blanco pagina waar de mooiste gedichten zijn geschreven" inspireerde daarbij tot het vernietigen van alles uit de pre-revolutionaire dagen -- en wat verder hun utopia in de weg stond. Ongeveer 1,7 miljoen mannen, vrouwen en kinderen werden daarbij geëlimineerd, omdat ze niet politiek correct waren of gewoon "overbodig".
De vernietigingscampagne van de Khmer Rouge had veel parallellen met die van Lenin, Stalin en Mao, die samen met andere socialistische leiders zo'n 110 miljoen mensen de dood hebben ingejaagd, mensen die tussen hen en de progressieve toekomst stonden: de politiek incorrecten.
Waar oud links nog sprak over economische vooruitgang, had Nieuw Links het nu over radicaal egalitarisme. De Khmer Rouge werd de ultieme vervulling van die Nieuwe Linkse benadering. De gruwelen van Cambodia waren daarom geen aberratie, maar een hoogtepunt van de socialistische fantasie. John Perazzo noemt het in Left-Wing Monster: Pol Pot dan ook:
"...een vervulling van de lange, groteske traditie van de beweging voor sociale gerechtigheid".
Hoewel de Republikeinen in de VS vooraf hadden gewaarschuwd dat een Pol Pot overwinning in Cambodia onvermijdelijk zou leiden tot een "bloedbad", wezen anti-oorlog-Democraten als John Kerry dit van de hand, en beschuldigden de Republikeinen van het aanwakkeren van "anticommunistische hysterie". Ook later, toen de genocide volop in gang was, waren in de ogen van de politiek correcte alleen het "Amerikaanse imperialisme" en de "blanke racistische agressie" de grote schurken.
De praktisch gewonnen oorlog in Vietnam sleepte zich dankzij de anti-oorlogsbeweging nog zes jaar door en werd een debacle. De Amerikanen vertrokken, de socialisten in oost en west vierden de overwinning: Vietnam werd een socialistisch Utopia -- waar hardhandig met politiek incorrecten zou worden afgerekend. Zelfs vier decennia later heeft een verdachte van politieke incorrectheid nog steeds geen recht van spreken, laat staan van tegenspraak. Zoals pater Thadeus Nguyen Van Ly:
De Frankfurter Schule vertaalde dus niet alleen met succes het marxisme van economische naar culturele termen. Het heeft met nog veel meer succes en navolging de thema's opgeroepen van seksuele bevrijding, feminisme, slachtofferschap, enzovoorts, maar ook de absolute intolerantie, dat de politieke correctheid tot op de dag van vandaag kenmerkt. Hierbij ligt de Kritische Theorie en de "bevrijding van tolerantie" aan de basis van het eindeloze gejammer over racisme, discriminatie, seksisme, homofobie, islamofobie, xenofobie en het milieu, zoals dat bij voortduring over de burger wordt uitgestort, maar ook de terreur, de demonisering en de politieke processen.
Dit is meteen het onfrisse geheimpje van politieke correctheid: het is een vorm van marxisme, en in feite een verblindende, intolerante, totalitaire en soms zelfs genocidale ideologie. Politieke correctheid is het gebruik van cultuur als een vlijmscherp wapen om nieuwe "normen" op te leggen, om degenen die zich van deze nieuwe bedeling afkeren te stigmatiseren. Om degenen die aandringen op waarden als vrije meningsuiting en vrij en objectief intellectueel onderzoek, buitenspel te zetten. Dat leek in het Westen voortvarend te gaan de afgelopen halve eeuw, en zal niet gemakkelijk losgelaten worden. Martin Bosma schrijft hierover onder andere:
"Radicale ideeën, die in wezen hun wortels hebben in het cultureel marxisme, worden gemeengoed: afkeer van de natiestaat, internationalisme, verheerlijking van de derde wereld, maakbaarheid van de samenleving, hulpverleningssyndroom, negatief tegenover het christendom en cultuurrelativisme – met als rode draad de Wet van het Abjecte Westen. (…) Multicul is de kroon van de sixties. Opgave daarvan betekent ook vaarwel zeggen aan het ground zero van de oppermachtige linkse kerk, het geboorteuur van hun machtsovername, het 'Stunde Eins' van de opstand van de linkse elite."
Omdat Nieuw Links cohesie miste, viel het internationaal uiteen als politieke beweging. Diens revolutionairen reorganiseerden zich in een veelheid van "single issue" groepen, zoals de radicale feministen, 'vredes"activisten, dierenrechten-activisten, milieuactivisme, palestina-activisme en 'homo-rechten'. Nieuw Links en de erfgenamen van Provo zijn "alive and kicking", en bezetten belangrijke posities in de politiek, semioverheid en gesubsidieerde organisaties. Volgens Linda Kimball in "Cultureel Marxisme" tonen zij een voorkeur voor codewoorden als verdraagzaamheid, sociale rechtvaardigheid, economische rechtvaardigheid, seksuele voorlichting en veilig vrijen, veilige scholen, integratie, diversiteit. Maar ook "eerlijkheid" en "respect" mogen in dit rijtje.
"De mate van gedachtecontrole, van beperkingen in vrijheid van meningsuiting, is zonder weerga in de westerse wereld vanaf de achttiende eeuw, en in sommige gevallen langer dan dat (…) Dit lijkt mij een zeer gevaarlijke situatie, want het maakt elke vorm van wetenschappelijke bespreking van de islam op zijn zachtst gezegd, gevaarlijk. De islam en de islamitische waarden hebben nu in de westerse wereld een niveau van immuniteit voor commentaar en kritiek bereikt dat het christendom verloren heeft en het Jodendom nooit heeft gekend."
Een nieuw proletariaat
De cultureel marxisten hebben het nieuwe "proletariaat" -- waarvan zij hopen dat het net zo antiwesters en revolutionair is als zij -- in de armen gesloten, en propageren de cultuurwissel met de term "multicultuur", wat eveneens een vorm van cultureel marxisme is. Dit nieuwe proletariaat, waarvan minister Carel Polak destijds vreesde dat het "zich niet gemakkelijk [zal] assimileren en aparte groepen [zal] blijven vormen", werd afgeschermd van de samenleving middels onderwijs in eigen cultuur en taal, overheidsinformatie in de eigen taal, zelforganisaties en "eigen" wijken. In de 80'er jaren kwam daar lokaal stemrecht bij en mochten niet-westerse immigranten er meerdere paspoorten op na houden. Zogenaamd "om contact met eigen cultuur en thuisland niet te verliezen". Op hetzelfde moment echter, moesten de Nederlanders in den vreemde -- geheel volgens de logica van de Frankfurter Schule -- hun paspoort juist inleveren.
Een lesje leren
Met de processen tegen prominente dissidenten die overal in Europa plaatsvinden -- dit voorjaar alleen al Hedegaard, Wilders en Sabaditsch-Wolff -- lijkt het dat over de ruggen van het gehoopte nieuwe proletariaat heen, de cultureel marxisten een wanhopige poging doen de onwillige samenleving te conditioneren. De kunstenares Sooreh Hera zei onlangs in een interview:
"Ze hebben me heel bewust in de kou laten staan om anderen die de islam willen bekritiseren een lesje te leren. (…) Als je een beetje afwijkende mening hebt, beschuldigen ze jou van van alles."
Cultureel marxisten hopen misschien ongestoord verder te kunnen werken aan wat Paul Weston omschrijft als "etnische zuivering van de oorspronkelijke bevolking" en zo de weg naar het Utopia van Marcuse vrij te maken. De vergoelijking en zelfs ondersteuning van het islamisme door cultureel marxisten roept hierbij een interessante vraag op: waarom zouden marxisten binnen welke stroming ook, de opmars van de islamisering steunen? Waarom laten politiek correcten in het aangezicht van het islamisme hun eis achterwege van "seksuele bevrijding" en "gender gelijkheid" en wat is er over van hun afwijzen van een "patriarchale" en "imperialistische" cultuur?
Het antwoord op deze vraag is dat het cultureel marxisme bondgenoot is met om het even wie of wat, zolang het maar de doelstelling helpt verwezenlijken: het vernietigen van de westerse cultuur en het christendom, met als doel een dissidentloze internationale. Als de gemiddelde westerling ooit door zou gaan krijgen welk doel het dient, waar "de multicultuur" en dat "Nederland waar we naar toe willen" of "aan het maken zijn" een onderdeel van vormt, zou de politieke correctheid weleens in serieuze problemen kunnen geraken.

Dit toch werkelijk onvoorstelbare aantal kan vergeleken worden met het dodental door oorlogshandelingen tegen gewapende tegenstanders: vierendertig miljoen mensen. Er zijn dus in de afgelopen eeuw vijfmaal zoveel weerloze mensen van staatswege vermoord als er door gericht militair ingrijpen gesneuveld zijn.

Tot de grootste moordenaars onder deze socialistische heilstaten behoorden o.a. Rusland met twee en zestig miljoen mensen. Omgebracht tussen 1917 en 1987 door executie, mishandeling, foltering, uitputting of uithongering. Uitsluitend en alleen omdat de socialistische machthebbers dachten dat deze mensen misschien wel eens een gevaar voor hun machtspositie zouden kunnen zijn. Bijna vijfenvijftig miljoen hiervan waren burgers van de Sovjet-Unie zelf.

De tweede op deze macabere lijst is Communistisch China met ruim vijfendertig miljoen vermoorde burgers tussen 1949 en 1987.

In dit licht bezien is het opmerkzaam dat onze links georiënteerde elite deze massa moordenaars nog altijd blijven verheerlijken. GroenLinks is niets anders dan de voortzetting van de CPN die ons land altijd tot eenzelfde staatsinrichting wilde omturnen als voornoemde socialistische heilstaten.

Alle cijfers uit deze Huizinga-lezing zijn ontleend aan het boek van Rudolf J. Rummel - Statistics of Democide: Genocide and Mass Murder Since 1900 (Münster: Lit Verlag, 1997) Wat ons brengt bij de volgende overpeinzing.




Foto: Pim Fortuyn en
Paul Rosenmöller (GroenLinks)


Love, Peace en de Frankfurter Schule


De afgelopen decennia is in de westerse wereld een systeem van overtuigingen, normen en waarden gaan heersen dat bekend staat als 'politieke correctheid'. Hoewel er soms nonchalant op wordt gereageerd, is politieke correctheid bloedserieus in haar doelstelling: het streeft ernaar een uniformiteit van denken en gedrag op te leggen en tolereert daarbij geen tegenspraak. Daarom kan politieke correctheid als totalitair worden beschouwd, en een regelrechte bedreiging voor de vrijheid en westerse beschaving.

Politieke correctheid wordt gebruikt om een debat te blokkeren en tegenstanders te marginaliseren door hen met impopulaire labels te brandmerken. Het corrumpeert taal, vernietigt cultuur en maakt het onmogelijk om kritiek te uiten over wat er in de samenleving gaande is. Dit fenomeen heeft zich vanaf de jaren zestig stevig verankerd in het westen -- van de academische wereld tot en met de entertainment industrie, van de nieuwsmedia tot in de gebouwen van de overheid -- en is in vrijwel alle facetten van de samenleving doorgedrongen. Het is het grote drama van de moderne tijd, een aandoening die voor tientallen miljoenen mensen de dood betekende, in Europa, in Rusland, in China en elders. Maar waar komt het vandaan, wat schuilt erachter?

Een onwillig proletariaat

Politieke correctheid is cultureel marxisme, en de geschiedenis daarvan gaat terug tot voor de Eerste Wereldoorlog. De marxistische theorie stelde dat als eenmaal grote oorlog zou uitbreken in Europa, de arbeiders van alle landen samen zouden opstaan in een revolutie om het kapitalisme -- hun "bourgeoisregeringen" -- omver te werpen, en deze te vervangen door "internationaal socialisme", de revolutie van onderop. Maar toen die grote oorlog er eenmaal was, gebeurde dat niet: ze gingen tegen elkaar vechten. Alleen de elite stond op, de rijkeluiskinderen, de gegoeden. Zoals in 1917 met de revolutie door de Russische "revolutionaire sociaaldemocraten".

De omwenteling in Rusland bracht de voorman van de SDAP, Jelles Troelstra ertoe ook in Nederland een revolutie te ontketenen. Op 5 november 1918 sprak hij tot een verbouwereerde Tweede Kamer dat de arbeidersklasse in Nederland en Duitsland de macht zou gaan grijpen:

"Vergeet niet, wanneer het eenmaal zover is [de revolutie], dat gij u niet meer staande kunt houden, dan zullen er andere krachten komen, die uw plaats innemen. Dan is de tijd van het burgerlijk regeeringsstelsel [democratie] voorbij, dan zal de arbeidersklasse, de nieuw opgekomen macht, u verzoeken van die plaats te gaan. (...) Uw vrienden zijn wij niet, wij zijn uw tegenstanders, wij zijn als gij wilt uw meest verbitterde vijanden."

Troelstra's revolutie liep op 14 november 1918 met een sisser af. Het proletariaat had hem in de steek gelaten. Ook de revolutie van 9 november in Duitsland zette niet door, en werd uiteindelijk "gesmoord" met een gematigd sociaaldemocratische regering, net als de revolutie van januari 1919, die door de gematigd sociaaldemocraten hard werd neergeslagen. Dit alles was een desillusie voor menig revolutionair socialist, zoals Herbert Marcuse (waarover zo meer) en de latere nazi Georg Strasser, die over de mislukking zei:

"Wij haten die dag, en wij verachten haar aanhangers, net zoals wij haar vrucht haten: de huidige Staat! Maar wij haten die dag en haar opstand niet als reactionairen…maar als revolutionairen! Als Duitsers! Als frontsoldaten! Als socialisten! (…) Waar was die revolutie dan, die in de naam van het socialisme de rode vlag van de zegevierende zelfbevestiging had moeten voeren tegen de opdringers van het vijandige kapitalisme?"

Dus in tegenstelling tot wat de marxistische theorie stelde, liepen arbeiders helemaal niet warm voor de revolutie en had de grote oorlog niet tot de voorspelde internationale geleid. Volgens marxisten kon dat natuurlijk nooit aan de marxistische theorie zélf liggen. Troelstra gaf daarom met enig dédain de arbeiders de schuld, en hij was niet de enige:

"Slechts wil ik er aan herinneren, hoe ook Mevrouw Roland Holst in haar brochure ‘Het socialistisch proletariaat en de vrede’ toegeeft, dat het nationaal gevoel, dat in gewone tijden bij de grote massa sluimert, wanneer een land of een natie wordt aangevallen en zich bedreigd gevoelt, veel intenser in het bewustzijn treedt dan de internationale klasse-eenheid, die nog jong is!"

Herman Gorter, medeoprichter van de SDAP (opgegaan in de PvdA) filosofeerde in een open brief aan Lenin in 1920 over een manier om de arbeiders aan te pakken:

"Het tactische probleem nu is hoe de traditionele bourgeois-manier van denken, dat de kracht uit het proletariaat wegzuigt, kan worden uitgewist; want alles dat de traditionele gezichtspunten versterkt is contraproductief."

Dat was niet aan dovemansoren gericht. Al in 1918 was Lenin begonnen met het "uitwissen" van "traditionele gezichtspunten", van politiek incorrecten. Eerst de politieke en intellectuele competitie, daarna de andersdenkenden, religieuzen en onwillige of overbodige arbeiders. De hoofdaanklager destijds redeneerde: ''Wij moeten niet alleen de schuldigen executeren. Executie van de onschuldigen zal nog meer indruk op de massa maken.'' Dit mondde uit in de Goelag, dat vele miljoenen mensen de dood in zou jagen.

Psychologische conditionering

Twee marxistische theoretici, Antonio Gramsci in Italië en György Lukács (von Szegedin) in Hongarije, kwamen onafhankelijk van elkaar tot eenzelfde slotsom als Herman Gorter. Zij stelden dat de westerse cultuur en de christelijke godsdienst de arbeidersklasse zó "blind" had gemaakt voor haar ware marxistische klassenbelangen, dat het "internationaal socialisme" onmogelijk grond onder de voeten zou kunnen krijgen in het westen, mits de bestaande traditionele cultuur en het christendom zouden zijn vernietigd.

Gramsci meende dat middels een "veranderde cultuur" eerst een nieuwe "socialistische mens" gekneed moest worden, alvorens een socialistische revolutie mogelijk zou zijn. Hij pleitte voor "de mars door de instituties" in het westen; het diep doordringen in de media, universiteiten, belangengroepen, politieke partijen, enz., om zo het internationaal socialisme van binnenuit te bewerkstelligen. Lukács echter, zocht het niet in het veranderen, maar het vernietigen van de cultuur, middels de revolutionaire destructie van de samenleving zelf, want:

"een dergelijke wereldwijde omverwerping van waarden kan niet plaatsvinden zonder de vernietiging van de oude waarden, en het creëren van nieuwe door de revolutionairen."

Toen in 1919 Bela Kun in Hongarije de macht greep en de "dictatuur van het proletariaat" uitriep, werd Lukács staatssecretaris voor cultuur. Al snel pleitte hij voor "revolutionaire terreur" tegen andersdenkenden, wat leidde tot politieke processen en honderden executies, maar ook knokploegen inspireerde, zoals de "Lenin Boys", een voorloper van Antifa (zie foto) dat als motto had: "Voor ze de revolutie verstikken, stik ze in hun eigen bloed!"

Eén van Lukács' eerste maatregelen echter was de invoering van seksuele voorlichting in de Hongaarse scholen. Hij wilde zo de traditionele seksuele moraal saboteren en daarmee het gezin uiteenspelen, wat een belangrijke stap zou zijn naar de vernietiging van de westerse cultuur zelf. Maar het regime Bela Kun bleef maar kort aan de macht, deels omdat de Hongaarse arbeiders woest waren over Lukács' aanval op hun tradities en moraal.

Frankfurter Schule

Ondanks de mislukking in Hongarije zou Lukács van grote invloed zijn op een marxistische denktank die in 1923 aan de Universiteit van Frankfurt in Duitsland werd opgericht, dat om het marxisme te verhullen het neutraal klinkende Institut für Sozialforschung werd genoemd, maar algemeen bekend staat als de Frankfurter Schule. In 1930 werd Max Horkheimer er de directeur van en ging in alle ernst de aanbevelingen van Lukács tot uitvoering brengen: het vertalen van het marxisme van economische naar culturele termen. Een culturele revolutie als "Paard van Troje" voor de gewenste socialistische revolutie. Waar het Marx pleite voor de vernietiging van de economische structuren van de maatschappij, pleitte de Frankfurter Schule voor de vernietiging van de culturele structuren, de maatschappij zelf.

De sleutel tot het succes van de Frankfurter Schule zou de kruising zijn van de theorieën van Marx met de psychoanalyse van Freud. De theoretici voerden aan dat onder het kapitalisme de arbeiders in het Westen in een toestand van economische onderdrukking leefden, dus ook een zekere psychologische onderdrukking, wat dan voor alle mensen het geval was. Uit de psychologie -- naast Freud onder andere Pavlov en Le Bon -- ontleenden zij vervolgens de techniek van de "psychologische conditionering" van de samenleving met de bedoeling te resulteren in overgave.

In 1933 verhuisde de Frankfurter Schule van Duitsland naar New York. Daar incorporeerden de theoretici de Kritische Theorie in hun werk, wat een destructieve vorm van kritiek behelsde op de belangrijkste elementen van de westerse cultuur, op iedere traditionele maatschappelijke instelling. 

Deze met opzet vernietigende kritiek richtte zich vooral op het gezin, maar ook op het christendom, kapitalisme, autoriteit, patriarchaat, hiërarchie, moraal, traditie, seksuele zelfbeheersing, loyaliteit, patriottisme, nationalisme, erfelijkheid, etnocentrisme, conventies en conservatisme.

Hiermee zou het mogelijk moeten zijn de traditionele overtuigingen en de bestaande sociale structuur te saboteren, om die dan te vervangen met een "nieuwe manier van denken", dat zich in dezelfde mate in het elementaire bewustzijn zou moeten nestelen als "de oude manier van denken".

De Frankfurter Schule ging ook werken aan een serie Studies in vooroordelen (Studies in Prejudice), uitmondend in het nu nog immens invloedrijke boek van Theodor Adorno, De Autoritaire Persoonlijkheid, wat stelde dat iedereen die de traditionele cultuur voorstaat, een "fascist" is, een "racist", "antidemocratisch", "rechts" en ook nog eens "geestesziek".

Twee leden van de Frankfurter Schule, Erich Fromm en met name Herbert Marcuse, introduceerden nog iets anders dat centraal staat in de politieke correctheid, en dat is het seksuele element. Marcuse -- die gestudeerd had bij de marxist en nazi-adept Martin Heidegger, en hevig beînvloed was door de eerder genoemde Lukács -- propageerde een "polymorfe perversiteit", narcisme en de omhelzing van een "seksuele bevrijding" -- van feminisme tot aan pedofilie.

Gewillige studenten

Toen Marcuse eind jaren vijftig zag dat de studenten zich begonnen te roeren, hoopte hij op een mogelijkheid de revolutie aan te wakkeren. Hij ging het moeilijk te doorgronden werk van de Frankfurter Schule-denkers vertalen in boeken die voor studenten gemakkelijk te begrijpen waren. In deze boeken pleitte hij voor een "nieuwe beschaving" waar werk en productiviteit irrelevant zouden zijn, iets wat er bij die jongeren inging als koek.

In "Eros en Cultuur" bijvoorbeeld, riep Marcuse op tot een revolutie tegen de traditionele westerse cultuur -- die gebaseerd zou zijn op imperialisme, militarisme, seksisme, racisme, onderdrukking en consumptie -- met de theorie van het grote afwijzen (Great Refusal). Degenen die zich dan zouden aansluiten bij deze revolutie werd vervolgens een Luilekkerlandutopie voorgehouden van vrije seks, en het ontbreken van de noodzaak van werk. In de jaren zestig werd Eros en Cultuur mede daarom de "bijbel" van de jonge generatie; de studenten, de Provo's, de hippies en menig kunstenaar, en werd Marcuse gezien als "de goeroe van de tegencultuur-beweging". Een Amerikaanse student uit die tijd schreef over de Marcuse-rage:

"Aan de oost- en de westkust, stookte menig professor de studenten op tot het actief afwijzen van autoriteit, om gearresteerd te worden, om LSD te proberen, om 'make love, not war' te bedrijven. Ik hoorde dat pagina's uit een stuk met de titel Eros en Civilization, geschreven door de een of andere Herbert Marcuse, onder studenten rondging in cafés, op demonstraties en in studentenhuizen. Het was tijd voor verandering ("change").

Marcuse probeerde het oppositionele denken en gedrag nog wat meer aan te wakkeren met "De Eéndimensionale Mens". Hierin stelde hij dat alleen een marginale groep van niet-geïntegreerde minderheden, "outsiders" en radicale intelligensia, daadwerkelijk in staat zou zijn zich tegen het westerse systeem en maatschappij te verzetten. Daarbij hadden de "onderdrukte minderheden" dan het volste recht om illegaal verzet toe te passen wanneer de legale situatie verzet niet toeliet. Het boek had daarmee grote invloed op de "Nieuw Links"-beweging, waar de radicale vleugel van de PvdA een onderdeel van was, en vanaf dan er een grote invloed zou hebben.

Misselijkmakende middenstand

De eerder genoemde Provo beweging -- die zich oorspronkelijk tot taak had gesteld de Nozems te heropvoeden (radicaliseren) en revolutionair te maken[8] -- stelde dat de onverschillige en luie (want niet-revolutionaire) arbeiders waren ontaard tot een "klootjesvolk", "spruitjeseters" en "misselijkmakende middenstand" waar niemand meer iets goeds van hoefde te verwachten. Dus namen zij zelf maar het heft in handen.

Dit deden zij ondermeer met "ludieke akties", waarin de politie werd geprovoceerd om zo de autoriteiten uit te dagen en te ridiculiseren. De Provo's werden hiertoe geïnspireerd door Marcuse's theorie van de "overbodige-repressie", wat het product van sociale overheersing zou zijn (door ouders, professoren of in dit geval: autoriteiten). Dit werkte diep door in de prive-sfeer, iets waar de theoretici van de Frankfurter Schule lang op gehoopt hadden. Eén van de Nederlandse bezetters van de Parijse universiteit de Sorbonne in mei/juni 1968 -- die in de bibliotheek aldaar met anderen een provisorische La République Provo had ingericht -- schrijft hierover:

"De machtsstructuur in de dagelijkse directe relaties was ondraaglijk geworden voor degenen die aan de zwakkere, ontvangende kant stonden. Niet alleen de machtsverhoudingen binnen het patriarchale gezin werden ter discussie gesteld -- waar de oude, ongelijke verhoudingen tussen man en vrouw en (in mindere mate) tussen ouders en kinderen ondragelijk was geworden -- maar ook directe relaties buiten het gezin: zoals de ongelijke machtsverhoudingen tussen leraar en leerling, tussen de nieuwe professionals en het management, enzovoort."

De "babyboomers" van na de oorlog werden lijnrecht tegenover hun ouders gezet (wat "generatiekloof" genoemd werd). De ouders die de ontberingen van de crisis en oorlog nog goed in het geheugen hadden, zich in de jaren van wederopbouw hadden ontzien en net de welvaart begonnen te genieten, werden ineens door hun kroost voor nazi's en spruitjeseters uitgemaakt. Harry Mulisch schreef instemmend over deze recalcitrante jongeren.

"Terwijl hun ouders op ijskasten en wasmachines gezeten met hun linkeroog naar de TEEVEE keken en met hun rechter naar de AUTO voor de deur, een mixer in hun ene hand, De Telegraaf in de andere, begaven de kinderen zich 's zaterdagsavond naar het Spui."

Provo inspireerde op zijn beurt een hele reeks andere bewegingen, zoals de kraakbeweging, de milieubeweging, de jongerenbeweging, de vrouwenbeweging, de vredesbeweging, anti kernenergiebeweging, dierenbevrijdingsbeweging, enz., tot aan discriminatiebureaus aan toe. Dit alles gericht tegen de westerse maatschappij en met name de witte, niet-revolutionaire man. Ook de jongeren die rond 1970 dag en nacht op de Dam in Amsterdam rondhingen, de "damslapers," richtten zich -- geheel volgens de lijn van de Frankfurter Schule en Provo -- tegen het klootjesvolk (hun ouders) en gelijk maar de hele westerse samenleving.

Uit een interview met een "damslaper":

Wat doen jullie hier nu precies?

Wij protesteren vreedzaam.

Waartegen dan?

Tegen De maatschappij.

Maar wat was de ideale maatschappij dan? De luilekkerland- en vrijeseks-utopie uit Eros en Cultuur. Het oprichtingsmanifest van de Oranje Vrijstaat (dat via de De Kabouterpartij voortkwam uit Provo) van 5 februari 1970 licht hierover een tipje van de sluier op:

"De nieuwe maatschappij is (…) gedecentraliseerd en antiautoritair. (…) Het is niet meer het socialisme van de gebalde vuist, maar van de gestrengelde vingers, van de geërecteerde penis..."

Met betrekking tot de huidige voortlevende politieke correctheid, kan Marcuse daarom als het belangrijkste lid van de Frankfurter Schule worden beschouwd. Hij was niet alleen de bron van het hippie-credo "make love not war"-- in de protesten tegen de oorlog in Vietnam, maar bovenal de elementaire link van de Frankfurter Schule naar de tegencultuur van de jaren zestig.

Tijdens de revolutie van mei/juni '68 In Parijs, schilderden studenten dan ook de leus "Marx Mao en Marcuse" op de muren. Ook in de muziek drong de "culturele revolutie" en bijbehorende polaristatie door. Waar Nieuw Links Satisfaction van de Rolling Stones tot de "klassiekers van onze tijd" rekende (wegens de vermeende kritiek op de consumptiemaatschappij), zou John Lennons "Revolution" laten zien dat de Beatles "opzettelijk hun kapitalistische investering aan het veiligstellen waren" (wat Lennon later "corrigeerde" met o.a. de meezinger Imagine). Waarom? Bijvoorbeeld door dit refrein:

"You tell me it's the institution / Well, you know / You better free you mind instead / But if you go carrying pictures of chairman Mao / You ain't going to make it with anyone anyhow"

Totale intolerantie

Het cultureel marxisme van de Frankfurter Schule was zo diep in de "babyboom-generatie" geïnjecteerd, dat het zelfs vandaag nog de heersende ideologie is die zich via het onderwijs, de universiteiten, media en politiek als een epidemie via de latere generaties heeft verspreid. Over deze periode, die een fundamentele verandering betekende van ons normen- en waardesysteem, zei Marcuse dan ook:

"Men kan met recht spreken van een culturele revolutie, omdat het protest gericht is op het hele culturele establishment, inclusief de moraal van de bestaande maatschappij."

Maar niet iedereen was enthousiast. over de "verworvenheden" van deze revolutie. Nicolas Sarkozy bijvoorbeeld zei in zijn presidentscampagne van 2007:

"Na mei '68, kon je het niet meer over de moraliteit hebben. Dat was een woord dat uit het politieke vocabulaire verdwenen was. (..) Mei '68 heeft ons een intellectueel en moreel relativisme opgelegd. De erfgenamen van mei '68 hebben het idee opgelegd dat alles van waarde was, dat er geen enkel verschil tussen goed en kwaad bestond, tussen waar en onwaar, tussen schoonheid en lelijkheid. (...) Ze hebben geprobeerd ons te laten geloven dat er geen hiërarchie van waarden zou kunnen bestaan. Zij hebben uitgeroepen dat alles mocht, dat het gezag aan zijn einde was, dat het met de goede manieren afgelopen was, dat respect voorbij was, dat er niets groots over was, niets heiligs, niets bewonderenswaardigs, geen normen meer; niets was meer verboden."

Inderdaad, "niets was meer verboden", behalve dan voor "rechts". De Frankfurter Schule is de bron van de meest indringende karakteristiek van politieke correctheid waar de westerse samenleving sinds de "sixties" mee geconfronteerd wordt: de absolute intolerantie ten opzichte van alle opvattingen die van buiten de eigen, linkse gelederen komen. Marcuse's populaire essay over Repressieve Tolerantie -- een politiek van keiharde confrontatie en polarisatie -- is een regelrechte rechtvaardiging voor de onderdrukking van de niet-linkse meningsuiting. Het ligt aan de basis van de "hate-speech" wetgeving en de huidige demonisering van politieke incorrectheid. David Horowitz, in de jaren zestig kortstondig aanhanger van Nieuw Links, legt het als volgt uit:

"Volgens Marcuse zou de gewone tolerantie 'die zowel aan links als rechts wordt toegekend, zowel aan agressieve bewegingen als vredesbewegingen, aan hatende als humanitaire partijen, in feite de machinaties van discriminatie beschermen' (repressieve tolerantie). Door deze logica was de onderdrukking van de conservatieve standpunten (bevrijding van tolerantie) een progressieve plicht. Het beoordelen van conservatieve universitaire kandidaten op hun verdiensten, zonder met hun politieke en maatschappelijke opvattingen rekening te houden, stond gelijk aan discriminatie en onderdrukking van de samenleving als geheel".

"Rechts" -- of beter: alles wat niet links was -- had geen recht meer van spreken en al helemaal niet van tegenspraak: het diende met alle middelen bestreden te worden. Politieke incorrectheid werd niet langer meer als een beoordelingsfoutje gezien, maar net als onder Lenin op zijn best als een psychische aandoening, en op zijn slechtst als verraad. Dit heeft de vijandigheid ten opzichte van wat niet "links" is in de samenleving en politiek vanaf de jaren zestig tot nu aan toe vergaand beïnvloed. Marcuse's "bevrijding van tolerantie" is daarom feitelijk niets minder dan een recept voor (gewelddadige) onderdrukking.

De Frankfurter Schule inspireerde -- via Gramsci en vooral Marcuse -- niet alleen Provo en Nieuw Links (PvdA). De gepropageerde absolute intolerantie tegenover "rechts" heeft ook belangrijke invloed gehad op bijvoorbeeld de Rote Armee Fraktion (1968-1998). Deze linkse terreurbeweging werd opgericht na de studentenrellen van 1968 in Duitsland, die net als de revolutie van vijftig jaar eerder alweer geen "internationale" had gebracht. De "bevrijding van tolerantie" heeft in handen van deze terreurgroep bijna dertig mensen het leven gekost -- waarvan sommigen zelfs koelbloedig werden geëxecuteerd -- en raakten ca. zeventig mensen gewond.

Culturele revolutie

Maar dat was niets vergeleken bij de culturele revolutie die door Mao op 18 augustus 1966 werd aangekondigd ten overstaan van honderdduizenden enthousiast met Rode Boekjes zwaaiende studenten. De politieke correctheid ("dangxing") ontaardde hier in een bloedige massabeweging om de "vijanden van het volk" te elimineren, de andersdenkenden de "contrarevolutionaire revisionisten". De tien jaar durende campagne verwoestte complete families, onvervangbare culturele schatten en eeuwenoude tradities ("sloop het verleden, bouw een nieuwe wereld").

 

In navolging van culturele revolutie van Mao, werd ook Cambodja geregeerd door een ideologie van politieke correctheid. Door de "onderontwikkelde staat" van de "marxistische eenheid" zagen de revolutionairen -- veelal uit gegoede families -- er zich gedwongen om meer directe en brutale methoden te gebruiken om politieke correctheid af te dwingen.

De Cambodjaanse revolutionairen hadden hun ideeën voornamelijk opgedaan in Frankrijk. Tijdens hun studie in Parijs (sommigen aan de Sorbonne, zoals de onlangs door de Nederlandse advocaten Koppe en Pestman verdedigde Nuon Chea), werden zij lid van de Franse Communistische Partij (Parti Communiste de France; PCF), de meest strak gedisciplineerde en stalinistische beweging in West-Europa. Via de PCF en de Sorbonne maakten ze ook kennis met het werk van de Frankfurter Schule. Deze PCF-leden richtten de Parijse studentengroep op, die op zou gaan in de Unie van Khmer Studenten (l'Union des Etudiants Khmers; UEK), de voorloper van de Khmer Rouge.

Terug in Cambodja inspireerden de ervaringen in Parijs en de culturele revolutie van Mao tot het idee van een socialistische heilstaat. Voormalig student en AEK lid in Parijs, Saloth Sar (nom de guerre: Pol Pot), pleitte daartoe voor het uitroeien van het kapitalisme, wat hij "een geestesziekte" noemde, en de oprichting van een socialistische samenleving gewijd aan landbouw, een "agrarisch utopia". Mao's adagium "Het is op een blanco pagina waar de mooiste gedichten zijn geschreven" inspireerde daarbij tot het vernietigen van alles uit de pre-revolutionaire dagen -- en wat verder hun utopia in de weg stond. Ongeveer 1,7 miljoen mannen, vrouwen en kinderen werden daarbij geëlimineerd, omdat ze niet politiek correct waren of gewoon "overbodig".

De vernietigingscampagne van de Khmer Rouge had veel parallellen met die van Lenin, Stalin en Mao, die samen met andere socialistische leiders zo'n 110 miljoen mensen de dood hebben ingejaagd, mensen die tussen hen en de progressieve toekomst stonden: de politiek incorrecten. 

Waar oud links nog sprak over economische vooruitgang, had Nieuw Links het nu over radicaal egalitarisme. De Khmer Rouge werd de ultieme vervulling van die Nieuwe Linkse benadering. De gruwelen van Cambodia waren daarom geen aberratie, maar een hoogtepunt van de socialistische fantasie. John Perazzo noemt het in Left-Wing Monster: Pol Pot dan ook:

"...een vervulling van de lange, groteske traditie van de beweging voor sociale gerechtigheid".

Hoewel de Republikeinen in de VS vooraf hadden gewaarschuwd dat een Pol Pot overwinning in Cambodia onvermijdelijk zou leiden tot een "bloedbad", wezen anti-oorlog-Democraten als John Kerry dit van de hand, en beschuldigden de Republikeinen van het aanwakkeren van "anticommunistische hysterie". Ook later, toen de genocide volop in gang was, waren in de ogen van de politiek correcte alleen het "Amerikaanse imperialisme" en de "blanke racistische agressie" de grote schurken.

De praktisch gewonnen oorlog in Vietnam sleepte zich dankzij de anti-oorlogsbeweging nog zes jaar door en werd een debacle. De Amerikanen vertrokken, de socialisten in oost en west vierden de overwinning: Vietnam werd een socialistisch Utopia -- waar hardhandig met politiek incorrecten zou worden afgerekend. Zelfs vier decennia later heeft een verdachte van politieke incorrectheid nog steeds geen recht van spreken, laat staan van tegenspraak. Zoals pater Thadeus Nguyen Van Ly:

De Frankfurter Schule vertaalde dus niet alleen met succes het marxisme van economische naar culturele termen. Het heeft met nog veel meer succes en navolging de thema's opgeroepen van seksuele bevrijding, feminisme, slachtofferschap, enzovoorts, maar ook de absolute intolerantie, dat de politieke correctheid tot op de dag van vandaag kenmerkt. Hierbij ligt de Kritische Theorie en de "bevrijding van tolerantie" aan de basis van het eindeloze gejammer over racisme, discriminatie, seksisme, homofobie, islamofobie, xenofobie en het milieu, zoals dat bij voortduring over de burger wordt uitgestort, maar ook de terreur, de demonisering en de politieke processen.

Dit is meteen het onfrisse geheimpje van politieke correctheid: het is een vorm van marxisme, en in feite een verblindende, intolerante, totalitaire en soms zelfs genocidale ideologie. Politieke correctheid is het gebruik van cultuur als een vlijmscherp wapen om nieuwe "normen" op te leggen, om degenen die zich van deze nieuwe bedeling afkeren te stigmatiseren. Om degenen die aandringen op waarden als vrije meningsuiting en vrij en objectief intellectueel onderzoek, buitenspel te zetten. Dat leek in het Westen voortvarend te gaan de afgelopen halve eeuw, en zal niet gemakkelijk losgelaten worden. Martin Bosma schrijft hierover onder andere:

"Radicale ideeën, die in wezen hun wortels hebben in het cultureel marxisme, worden gemeengoed: afkeer van de natiestaat, internationalisme, verheerlijking van de derde wereld, maakbaarheid van de samenleving, hulpverleningssyndroom, negatief tegenover het christendom en cultuurrelativisme – met als rode draad de Wet van het Abjecte Westen. (…) Multicul is de kroon van de sixties. Opgave daarvan betekent ook vaarwel zeggen aan het ground zero van de oppermachtige linkse kerk, het geboorteuur van hun machtsovername, het 'Stunde Eins' van de opstand van de linkse elite."

Omdat Nieuw Links cohesie miste, viel het internationaal uiteen als politieke beweging. Diens revolutionairen reorganiseerden zich in een veelheid van "single issue" groepen, zoals de radicale feministen, 'vredes"activisten, dierenrechten-activisten, milieuactivisme, palestina-activisme en 'homo-rechten'. Nieuw Links en de erfgenamen van Provo zijn "alive and kicking", en bezetten belangrijke posities in de politiek, semioverheid en gesubsidieerde organisaties. Volgens Linda Kimball in "Cultureel Marxisme" tonen zij een voorkeur voor codewoorden als verdraagzaamheid, sociale rechtvaardigheid, economische rechtvaardigheid, seksuele voorlichting en veilig vrijen, veilige scholen, integratie, diversiteit. Maar ook "eerlijkheid" en "respect" mogen in dit rijtje.

"De mate van gedachtecontrole, van beperkingen in vrijheid van meningsuiting, is zonder weerga in de westerse wereld vanaf de achttiende eeuw, en in sommige gevallen langer dan dat (…) Dit lijkt mij een zeer gevaarlijke situatie, want het maakt elke vorm van wetenschappelijke bespreking van de islam op zijn zachtst gezegd, gevaarlijk. De islam en de islamitische waarden hebben nu in de westerse wereld een niveau van immuniteit voor commentaar en kritiek bereikt dat het christendom verloren heeft en het Jodendom nooit heeft gekend."

Een nieuw proletariaat

De cultureel marxisten hebben het nieuwe "proletariaat" -- waarvan zij hopen dat het net zo antiwesters en revolutionair is als zij -- in de armen gesloten, en propageren de cultuurwissel met de term "multicultuur", wat eveneens een vorm van cultureel marxisme is. Dit nieuwe proletariaat, waarvan minister Carel Polak destijds vreesde dat het "zich niet gemakkelijk [zal] assimileren en aparte groepen [zal] blijven vormen", werd afgeschermd van de samenleving middels onderwijs in eigen cultuur en taal, overheidsinformatie in de eigen taal, zelforganisaties en "eigen" wijken. In de 80'er jaren kwam daar lokaal stemrecht bij en mochten niet-westerse immigranten er meerdere paspoorten op na houden. Zogenaamd "om contact met eigen cultuur en thuisland niet te verliezen". Op hetzelfde moment echter, moesten de Nederlanders in den vreemde -- geheel volgens de logica van de Frankfurter Schule -- hun paspoort juist inleveren.




Een lesje leren


Met de processen tegen prominente dissidenten die overal in Europa plaatsvinden -- dit voorjaar alleen al Hedegaard, Wilders en Sabaditsch-Wolff -- lijkt het dat over de ruggen van het gehoopte nieuwe proletariaat heen, de cultureel marxisten een wanhopige poging doen de onwillige samenleving te conditioneren. De kunstenares Sooreh Hera zei onlangs in een interview:

"Ze hebben me heel bewust in de kou laten staan om anderen die de islam willen bekritiseren een lesje te leren. (…) Als je een beetje afwijkende mening hebt, beschuldigen ze jou van van alles."

Cultureel marxisten hopen misschien ongestoord verder te kunnen werken aan wat Paul Weston omschrijft als "etnische zuivering van de oorspronkelijke bevolking" en zo de weg naar het Utopia van Marcuse vrij te maken. De vergoelijking en zelfs ondersteuning van het islamisme door cultureel marxisten roept hierbij een interessante vraag op: waarom zouden marxisten binnen welke stroming ook, de opmars van de islamisering steunen? Waarom laten politiek correcten in het aangezicht van het islamisme hun eis achterwege van "seksuele bevrijding" en "gender gelijkheid" en wat is er over van hun afwijzen van een "patriarchale" en "imperialistische" cultuur?

Het antwoord op deze vraag is dat het cultureel marxisme bondgenoot is met om het even wie of wat, zolang het maar de doelstelling helpt verwezenlijken: het vernietigen van de westerse cultuur en het christendom, met als doel een dissidentloze internationale. Als de gemiddelde westerling ooit door zou gaan krijgen welk doel het dient, waar "de multicultuur" en dat "Nederland waar we naar toe willen" of "aan het maken zijn" een onderdeel van vormt, zou de politieke correctheid weleens in serieuze problemen kunnen geraken.

Pieter Stolker

 


Registreren en Inloggen
Commentaar
Zoeken
Alleen geregistreerde gebruikers mogen commentaar plaatsen!

3.26 Copyright (C) 2008 Compojoom.com / Copyright (C) 2007 Alain Georgette / Copyright (C) 2006 Frantisek Hliva. All rights reserved."

 

Volg ons ook op Facebook

Welkom bij
Lijst Pim Fortuyn


Log in / Registreer

 

Lid worden
van de
Lijst Pim Fortuyn
Eindhoven

Klik verder

 

 

Nieuwsbrief

Aanmelden

Afmelden

 

De Puinhopen van Acht jaar Paars

Lees hier



Auteur: Pim Fortuyn