Politiek Beleidsplan

De politieke vereniging Lijst Pim Fortuyn Eindhoven is in 2004 opgericht vanuit de landelijke partij die in 2002 vanuit het niets met 26 zetels in de Tweede Kamer kwam.
Maar ...wat doen en willen  wij in Eindhoven? (Lees verder)

Fractieleden
Lijst Pim Fortuyn

Rudy Reker
Rudy Reker
Fractievoorzitter


Tjerk Langman
Raadslid


Petra Strijbos-Nijs
Commissielid


Mari Nijs
Commissielid

6. Dennis Klein Web
Dennis Klein
Commissielid 
Jonge Fortuynisten


Reker-Lilian Wiebers
Fractiemedewerkster 


Carlo van Remortel
Voorzitter
Jonge Fortuynisten  

Achterbaks! Dus vraagt college om problemen 

Eindhoven, 23 december 2020

Bezwaarschrift t.a.v.

het college van burgemeester en wethouders/de burgemeester ter attentie van de sector Veiligheid, Juridische zaken en Bestuur afdeling Bezwaar, Beroep en Klachten
Postbus 90150
5600 RB Eindhoven
 
Geacht college,
Hierbij dien ik, Mary-Ann Schreurs, wonende  ...........................   Eindhoven bezwaar in ten aanzien van het besluit wat u mij op basis van mijn WOB-verzoek d.d. 7 september heeft doen toegekomen op 13 november en de stukken die 14 dagen later tot mij gekomen zijn, zodat ik toen kon vaststellen wat het effect van uw besluit van 14 dagen eerder was.
 
Uw kenmerk 5279030
 
Besluit d.d. 13 november 2020.
 
Ter inleiding de situatie waarop het WOB-verzoek betrekking heeft.
 
De heer Reker, raadslid te Eindhoven, publiceert een poster waarop hij burgemeester Jorritsma afbeeldt met de voorman van Kick-out Zwarte Piet en de teksten “John en Jerry” “slopers van de
democratie.” Daarop verstuurt de burgemeester, zonder de heer Reker zelf aan te spreken, op vrijdagavond 5 juni 2020, de volgende app aan een grote meerderheid, niet alle, van de fractievoorzitters van de Raad. De inhoud van de app is vermeld in de brief van de burgemeester gericht aan de heer/ mevrouw Reker d.d. 13 juli 2020: “Ik mag hopen dat de coalitie/dat de fractievoorzitters zich openlijk uitspreken tegen dit soort walgelijke ‘politiek’ (LPF). Zo niet dan doe ik het zelf maar dan ook zonder enige terughoudendheid. Met “ lippendienst” ben ik wel klaar”.
 
De brief d.d. 13 juli, een reactie op het verzoek van de heer Reker om al het app-verkeer beschikbaar te stellen, het verzoek wordt in de brief afgewezen op bovenstaande app na, geeft aan dat het app-verkeer n.a.v. de app van de burgemeester tussen burgemeester en fractievoorzitters allemaal plaatsvindt op 5 juni met één reactie op 8 juni. De collegeleden zijn volgens dezelfde brief: “aansluitend op de hoogte gesteld dat ik de fractievoorzitters heb aangesproken. Zo ook de griffier. De ontvangers van deze app-berichten hebben individueel telefonisch of per app gereageerd. Die beschouw ik als aan mij persoonlijk gericht. “.
 
En verderop in de brief: “Die reacties waren individueel en niet bedoeld noch geformuleerd als openbare standpunten”. In de termen van de Wet openbaarheid van bestuur zou je het “persoonlijke”
beleidsopvattingen” noemen en in dit geval tot “niet openbaarheid” concluderen.
 
Opvallend is dat verderop in de brief staat: “Het overleg moet in vrijheid kunnen gebeuren en in het vertrouwen wat als een tweegesprek is bedoeld, dat ook blijft. Dat geldt voor raadsleden onderling, raadsleden en bestuurders, raadsleden en de voorzitters van de raad, en ook collegeleden onderling en ambtelijke ondersteuners en adviseurs onderling of met bestuurders en raadsleden.
 
De grens daarbij is natuurlijk het ‘level playing field’. Het mag niet gaan om “achterkamertjes” waardoor een raadslid nadeel ondervindt omdat hij dingen niet weet die belangrijk zijn voor zijn
functioneren in de raad, terwijl andere raadsleden dat wel weten. Ik verzeker u dat u niet op informatie achterstand bent gekomen doordat u de volledige inhoud van dit Whatsappverkeer tussen mij (ook in hoedanigheid van voorzitter van de raad) en individuele raadsleden, collegeleden en de griffier niet kent. Op het feit dat uw openbare, voor iedereen zichtbare optreden ten aanzien van de burgemeester van Eindhoven heeft geleid tot een motie van collega raadsleden....... ik heb deze motie niet opgesteld, noch heb ik daar betrokkenheid bij gehad.”
 
Na het app-verkeer wordt zonder de heer Reker aan te spreken, letterlijk achter zijn rug om, een motie tegen de heer Reker voorbereid vanuit een grote meerderheid van de raad. In afstemming met de griffier. Grappig genoeg blijkt uit zo’n beetje het enige stukje in de mij vanwege mijn WOBverzoek toegestuurde stukken dat niet zwartgemaakt is, een mailuitwisseling tussen griffier en burgemeester, dat in tegenstelling tot wat de burgemeester in de brief d.d. 13 juli aangeeft hij zich hiermee bemoeit. Lopende het proces van het maken van de motie laat hij zich informeren door de griffier en geeft aan dat het college ook wat wil doen.
 
Dat deze motie door een grote meerderheid van de raad achter de schermen voorbereid wordt, wordt in het ED onthuld. De reactie daarop is primair dat het heel vervelend is dat het naar buiten komt. Er is geen reflectie op wat men aan het doen is en of het wel passend is gezien de functie die men zelf bekleedt. Opvallend ook gezien het aanspreken van de heer Reker op gedrag. Een droevig eindpunt is dat afgelopen raadsvergadering (dd 15-12-2020) de gedragscode van de gemeente Eindhoven aangenomen is, waarin expliciet staat dat het geen probleem is als je het achter de rug van bijvoorbeeld een raadslid om doet.
 
Relevant is verder als context dat dit niet de eerste keer is dat er iets speelt tussen de burgemeester en de heer Reker. En dat ook daarbij de positie van de meerderheid van de raad opmerkelijk is geweest. In een mail d.d. 27 december 2019 heeft de burgemeester tav de heer Reker aangegeven : “Het is niet de taak van een raadslid om de burgemeester te controleren op zijn taak waar het gaat om openbare orde en veiligheid”, als reactie op een mail van de heer Reker waarin die vroeg om een gesprek tussen de burgemeester en een Eindhovense burger. Toen de heer Reker in een antwoordmail dit bestreed en formuleerde dat hij als raadslid wel degelijk ten aanzien van een burgemeester een controlerende functie heeft, kwam er een tweede mail d.d, 29 december 2019:
“Dan verschillen we van mening. Burgemeester is op het gebied van openbare orde en veiligheid een zelfstandig bestuursorgaan. Mbt “betrokkenheid” heb ik geen enkel negatief oordeel!” ......
 
Ook is relevant dat toen dit geagendeerd is in een commissievergadering een overgrote meerderheid aangaf met deze opvatting van de burgemeester geen probleem te hebben, maar wel vielen er zware woorden ten aanzien van de heer Reker, dat hij dit en een brief aan 3 Ministers van de voorganger van de burgemeester, die ingetrokken is door de huidige burgemeester, agendeerde.
 
In de commissievergadering gaf de burgemeester met ( heel veel klem) aan dat hij met die passage niets fout had gedaan. De meerderheid in de commissievergadering had niet alleen daar geen enkel probleem mee. De meerderheid had noch met het gebrek aan transparantie noch met het weigeren vragen te beantwoorden rond het intrekken van de brief een probleem. Tot op de dag van vandaag zijn er vragen rond het intrekken van de brief. Zover de beschrijving van de situatie waarop het WOB-verzoek betrekking heeft.
 
Nu de bezwaren tegen het besluit op het WOB-verzoek.
1. uitgangspunt bij de WOB is, het wordt zelfs vanzelfsprekend genoemd, dat het bestuursorgaan elke aanvraag met de vereiste voortvarendheid afhandelt. Daar is niet aan voldaan. De afhandeling in de tijd van het WOB-verzoek was als volgt. De eerste termijn van 4 weken is verlengd met 4 weken en dan nog eens met 2 weken om betrokkenen in staat te stellen hun opvatting kenbaar te maken en daarna heeft het nog eens 2 weken geduurd voor ik de teksten zwartgemaakt kreeg omdat betrokkenen naar de rechter konden gaan. In formele zin is er voor alle verlengingen een onderbouwing nodig en die is ook gegeven. Maar de onderbouwing van de verlenging met een tweede termijn is dat er meer tijd nodig was vanwege de omvang van mijn WOB-verzoek. Dit staat in geen verhouding met het aantal stukken waarom het gaat en de inzet die nodig is geweest om ze te vinden. Ook de brief van 13 juli van de burgemeester aan de heer Reker geeft aan dat er al redelijk zicht was op de beperkte omvang van uitwisseling en hoe beperkt de periode waarin het zich afspeelde was. De verlenging van de eerste termijn met een tweede termijn van 4 weken is daarmee nodeloos uitstel van het vrijgeven van informatie, wat op gespannen voet staat met de bedoeling van de wet.
 
2. Uitgangspunt van de WOB is dat zowel bij informatievoorziening op verzoek als vrijwillige informatievoorziening openbaarheid voorop staat. De WOB is geen geheimhoudingswet zoals bij een eerdere aanpassing van de wet geformuleerd werd. Mijn bezwaar is dat de wet in dit geval wel degelijk als geheimhoudingswet gebruikt wordt en mogelijkheden die de wet biedt om informatie niet te geven niet conform de bedoeling van de wetgever ingezet worden. De teksten die ik gekregen heb via de WOB zijn bijna allemaal vrijwel volledig zwartgemaakt. Er bestaat in de wet geen a priori verplichting om teksten zwart te maken slechts specifieke gronden waarom teksten überhaupt niet geleverd mogen worden en die zijn hier niet aan de orde.
 
Dat de restricties beperkt zijn is niet vreemd, want zoals al geschreven, de geest van de wet is informatie wel ter beschikking te stellen. Derhalve moet er ook een grond aangegeven worden als
dat niet gebeurt. In uw besluit voor het zwart maken voert u als reden intern beraad en persoonlijke beleidsopvattingen aan. De vraag is of dat van toepassing is in de situatie waar het hier over gaat.
Het interne karakter wordt bepaald door het oogmerk waarmee het opgesteld is, lees ik in een memorie van toelichting.
 
In deze casus gaat het niet om het maken van beleid en daarbij horende beleidsopvattingen, zelfs in de ruime zin waar de wet ruimte voor biedt. Het gaat om achterkamertjespolitiek met een politiek karakter, waarbij de verschillende democratische rollen uit het oog verloren zijn. Dat was het oogmerk van het beraad.
 
Dat alles blijkt onder andere uit het volgende:
-Het is nooit de bedoeling geweest dat naar buiten kwam dat de burgemeester zoals boven geciteerd opriep tot actie tegen de heer Reker. In de brief van 13 juli distantieert hij zich zelfs van enige betrokkenheid bij de actie: "Op het feit dat uw openbare, voor iedereen zichtbare optreden ten aanzien van de burgemeester van Eindhoven heeft geleid tot een motie van collega raadsleden....... ik heb deze motie niet opgesteld, noch heb ik daar betrokkenheid bij gehad."
 
Dat er betrokkenheid is tussen de burgemeester en de motie, wordt door de burgemeester dus publiek ontkend. Maar in het licht van zijn app waarin tot actie wordt opgeroepen, om niet te zeggen actie wordt geëist, is de relatie zelfs causaal. En in een door u wel vrijgegeven stuk, kunnen we lezen dat door de burgemeester actief en betrokken het vervolg van de roep op actie gevolgd is en hij zelfs actief de wens tot een eigenstandige actie vanuit het college in een afstemming aandraagt.
 
Uit het laatste boven geciteerde deel uit de brief van de burgemeester blijkt verder dat voor de burgemeester relevant is dat het om hem gaat. Elders in de brief staat ook te lezen dat hij zich door de motie gesterkt voelt. Het onderschrijft dat er iets voor hem opgelost moest worden. Maar het is de primaire taak van de burgemeester dit soort opgaves zelf te vervullen en te kunnen vervullen en niet derden tot vervulling van zijn functie op te roepen en daarbij ook nog eens niettransparant zelf optisch buiten schot te blijven. Ook de raadsleden acteren opmerkelijk. Want het is niet conform functie dat ze de opdrachtnemer van de burgemeester zijn en zijn functie over moeten nemen omdat hij dat min of meer eist. Volgens zowel de grondwet als de gemeentewet zitten ze er zonder last en op decentraal niveau is de scheiding der machten met het invoeren van het dualisme niet voor niets versterkt.
 
- De actie ten opzichte van de heer Reker vindt bewust allemaal achter de rug van de heer Reker plaats. En de burgemeester maakt een selectie van welke fractievoorzitters meegenomen worden,
dus dat wijst ook op achterkamertjespolitiek. Zoals boven vermeld is het achter de rug om doen nu officieel onderdeel van de gedragscode is geworden.
 
- Relevant is verder dat er, zoals boven vermeld, op de achtergrond een conflict speelt over de rol van het raadslid als controleur van de burgemeester, een rol die heer Reker conform de wet vervult, maar van de burgemeester niet mag vervullen, waar de meerderheid van de raad de burgemeester in steunt. Opvallend vergelijkbaar met de ervaring waarover de heer Omtzigt in Buitenhof vertelde, dat hij en mevrouw Luijten gekapitteld werden door hun mede Tweede Kamerleden nav hun inzet ivm de toeslagenaffaire en dat de heer Omtzigt gebeld is door bestuurders dat hij er vooral mee moest ophouden.
 
Dat het in deze casus om meer gaat dan een poster is duidelijk.
Dat de gelegenheid aangegrepen is om tegen de heer Reker actie te ondernemen, is ook duidelijk. De het om meer gaat dan een poster ook. Dat de checks en balances die ons democratische systeem kent in het geding zijn is ook duidelijk. Het lijkt me wat ver gaan van de wetgever te verwachten dat hij informatie over achterkamertjespolitiek t.o.v. een als lastig ervaren derde wil afdekken onder informatie
betreffende een intern beraad. Zeker als het vragen oproept over de invullingen van de checks and balances van ons democratische systeem. Ik maak dus bezwaar tegen de validiteit van de grond intern beraad en daar bijhorende persoonlijke beleidsopvattingen om de informatie zwart te maken.
 
Aanvullend en separaat, maak ik bezwaar tegen de grond intern beraad en persoonlijke beleidsopvattingen om de informatie niet te verstrekken, omdat bijna alle betrokkenen politici zijn die een publieke verantwoordingsplicht hebben. Daar u aangeeft dat het allemaal niet openbaar hoeft te zijn, geeft u feitelijk aan dat een burger volgens u geen inzicht mag verkrijgen, niet mag weten wat er in een onderling gebeuren van politici en bestuurders dat vragen oproept over het functioneren van de democratie gewisseld is.
 
Als ik uw beslissing zou volgen zou dat betekenen dat wat u betreft na de verkiezingen alle vertegenwoordigers en bestuurders altijd maar op hun blauwe ogen geloofd moeten worden en de WOB een leeg instrument wordt. Bij raadsleden, wethouders en burgemeesters tast gebrek aan transparantie het vertrouwen in de democratie aan. De betrokkenen zouden uit zichzelf een voorbeeld hebben kunnen nemen aan de heer Grapperhaus en mevrouw Halsema en alle apps en mails actief ter beschikking kunnen stellen. Maar u maakt het geen inzicht geven nogmaals mogelijk door het onder intern beraad en persoonlijke beleidsopvattingen te plaatsen en maakt daarmee het publieke belang en het belang van de democratie ondergeschikt aan geheimhouding over hoe onze bestuurders en representanten geacteerd hebben in een politieke kwestie, vanwege een niet nader toegelicht persoonlijk belang. Het lijkt eerder te gaan om een eng, in de zin van beperkt, politiek belang van die politieke vertegenwoordigers en bestuurders en daar was de wet juist niet voor bedoeld. U gebruikt daarmee de WOB als geheimhoudingswet. Daar maak ik bezwaar tegen. Daarmee tast u de democratie aan. 
 
3. Uitgangspunt van de WOB is dat als er teksten zwart gemaakt worden met een beroep op intern beraad en beleidsopvattingen een samenvattende tekst met context en alle gebezigde argumenten en dimensies geleverd wordt. Ook dat heeft u niet gedaan. En ook daar moet dan een grond voor aangegeven worden. Volgens u is het publieke belang van bekendmaking kleiner dan het private belang dat een tekst tot een persoon herleidbaar is. Ook hier maak ik bezwaar tegen.
 
Conform artikel 11.2. Is het helemaal geen probleem als het herleidbaar is als de persoon daarmee heeft ingestemd. Wij kunnen dus concluderen dat de betrokkenen, allemaal politieke functies vervullend, de informatie actief blokkeren. Of dat u het niet gevraagd heeft. Waarvan acte.
 
Opvallend is dat door u op geen enkele wijze de stelling dat het private belang in deze situatie groter is dan het publieke belang gerelateerd wordt aan de concrete situatie of anderszins onderbouwd.
Verwijzend naar het geformuleerde onder 2 bestrijd ik dat het publieke belang kleiner is dan het private belang.
 
Een aanvulling:
Het is onjuist dat herleidbaarheid bij politieke functies een relevant probleem zou zijn bij een politieke actie die vragen oproept over de juiste invulling van de in de wet geformuleerde politieke
functies door betrokkenen en naar hoe de checks and balances in onze lokale democratie functioneren . Zeker omdat betrokkenen met elkaar een hele grote meerderheid in alle besluitvorming in de raad hebben, is informatie wel kunnen verkrijgen over een democratisch niettransparante situatie via de WOB extra belangrijk. Door uw besluit dat inzicht via de WOB zelfs in samenvattende vorm minder belangrijk is dan het mogelijk herleidbaar zijn tot een politieke(!) persoon maakt u dit onmogelijk.
 
Met vriendelijke groet,
 
Mary-Ann Schreurs
 
 
Laat reactieformulier zien