Wethouder Mittendorff heeft (ook) geen vat op PopEi

PopEi is de druppel die de emmer doet overlopen
Commissie JGOSC 29 september 2009
Allereerst dank aan de rekenkamer voor dit rapport.
Vanochtend hoorde ik een commercial op de radio met als leus ‘Controle of Vertrouwen?’. Dat is ook de belangrijkste vraag die we ons vanavond moeten stellen.
De behoefte waarin het muziekinstituut PopEi voorziet is er een die op zichzelf een meerwaarde biedt aan het Eindhovens cultuurbeleid en het muzikale talent in deze stad. Toen enkele jaren geleden - in 2006 - bleek dat hun onderkomen in de Zoutstraat dramatisch verouderd was en het verzoek aan deze raad kwam een nieuw onderkomen te realiseren, heeft onze fractie met goed vertrouwen in kunnen stemmen met dit voorstel.
Helaas moeten we nu constateren dat de betrokken partijen dit vertrouwen ernstig hebben beschaamd. Uit het rekenkameronderzoek komt een volstrekt onprofessionele en bijzonder laakbare handelswijze naar voren: voor miljoenen verbouwen aan een pand wat niet in eigendom is, slechts mondeling huurafspraken maken die vervolgens niet worden nagekomen en het ontbreken van exploitatiebegrotingen zijn ontoelaatbare voorbeelden van onbehoorlijk bestuur.
Het is geen toeval dat dit opnieuw een instelling betreft in de culturele sector: hier is overduidelijk sprake van een structurele probleemsector waar de verantwoordelijk wethouder geen vat op heeft. Steeds weer is er sprake van het verstrekken van royale gemeentelijke subsidies zonder een consequente controle. Het blijven verspillen van belastinggeld van de Eindhovense burgers aan mislukte cultuurprojecten stuit onze fractie tegen de borst, zeker wanneer de betrokken muzikanten hier de dupe van worden.
Daarom pleit onze fractie er bij een nieuwe facilitering van de voorziening die PopEi biedt dit te stroomlijnen binnen één culturele instelling zodat de controle makkelijker en efficiënter wordt, bijvoorbeeld door het CKE.
Het beschadigd vertrouwen en de gevolgen van dit zoveelste cultuurdebacle is voor onze fractie de druppel die de emmer doet overlopen en zal derhalve een motie van wantrouwen tegen wethouder Mittendorff indienen. Dit omdat zij het vertrouwen dat wij haar destijds geschonken hebben ernstig beschadigd heeft. Wat wel blijkt uit het feit dat de relatie niet geregeld was, er onvoldoende sturing plaats vond en reageren pas achteraf gebeurde – als het kalf al verdronken is.
Als we ons dan de eerder genoemde vraag stellen ‘Controle of Vertrouwen?’ – dan stellen we, afwijkend van de rekenkamer, vast dat de controlerende taak van de raad niet opweegt tegen de verantwoordelijkheid van het college en het vertrouwen van de raad daarin. De raad beschikt immers niet over de uitgebreide informatie, ondersteuning en middelen om deze controle effectief uit te voeren – wat van het college daarentegen wel verwacht mag worden.
Bijdrage: Alexander van Hattem


