Politiek Beleidsplan

De politieke vereniging Lijst Pim Fortuyn Eindhoven is in 2004 opgericht vanuit de landelijke partij die in 2002 vanuit het niets met 26 zetels in de Tweede Kamer kwam.
Maar ...wat doen en willen  wij in Eindhoven? (Lees verder)

Fractieleden
Lijst Pim Fortuyn

Rudy Reker
Rudy Reker
Fractievoorzitter


Tjerk Langman
Raadslid


Petra Strijbos-Nijs
Commissielid


Mari Nijs
Commissielid

6. Dennis Klein Web
Dennis Klein
Commissielid 
Jonge Fortuynisten


Reker-Lilian Wiebers
Fractiemedewerkster 


Carlo van Remortel
Voorzitter
Jonge Fortuynisten  

Raadsvragen: ‘Tonnen daklozengeld verdampt’


Eindhoven, 23 augustus 2013
Update: Met antwoord van het college van B&W

De fractie van de Lijst Pim Fortuyn heeft zich na overleg geconformeerd met de raadsvragen vragen die zojuist door 'Samen Eindhoven' zijn gesteld.

  
Weer een ongekende en kostbare blunder onder verantwoordelijkheid van dit college!

ED 23/8 Tonnen subsidie van gemeente Eindhoven voor daklozen verdampt

ED 23/8 Raad Eindhoven wil uitleg over daklozenproject

Omroep Brabant 8/3 Politiek Eindhoven reageert ontzet

Meer media artikelen onder deze tekst

Geacht College, Het ED kopte vandaag op haar voorpagina: “Tonnen daklozengeld verdampt”. Het artikel spreekt verder desastreus voor zich. De Lijst Pim Fortuyn en Samen Eindhoven vragen zich nu toch echt af hoeveel financiële echecs de gemeente nog te wachten staan. Nog steeds niet genezen van de heikele kwestie Orgelplein, valt het volgende financiële debacle weer heel erg koud op ons dak. Wie en wat is hier nu loos? Is dit de zoveelste organisatorische, bestuurlijke en bovenal financiële mislukking van de gemeente Eindhoven?

Om hier en nu niet allerlei gesteven praktijkvoorbeelden te benoemen, maar wij weten als geen ander hoeveel tijd onderzoeken in beslag nemen. Het kan toch niet zo zijn dat wij als raad onze kostbare tijd voornamelijk moeten gaan steken om voor elk (uitbesteed) project onderzoek te doen om te controleren of alles wel zo in de praktijk neergezet wordt en functioneert conform de besluiten van het college c.q. gemeenteraad. De Lijst Pim Fortuyn en Samen Eindhoven zijn er erg op gebrand om de gemeente Eindhoven voor onbestuurlijk gedrag en nog meer aanstaande ‘financiële nevenschade’ te behoedden. Vanuit dit gegeven zien wij graag omgaand onze onderstaande vragen beantwoord. 1. Was het college (al langere tijd) op de hoogte van dit financiële debacle? 2. Zo ja, waarom is de raad hier dan niet tijdig in gekend zoals het hoort? 3. Vandaag heeft ons de informatie bereikt dat u hiervan in maart al op de hoogte was! Is dat correct? 4. Hoe heeft het college genoemd financieel debacle gecontroleerd? 5. Welke afspraken zijn er gemaakt met het ingehuurde Buro Andersom? 6. Wie heeft deze afspraken gemaakt en zijn alle onderdelen hiervan gedetailleerd vastgelegd? 7. Was het college op de hoogte van het gegeven dat de GGzE-stichting De Boei een onderaannemer (Buro Andersom) voor de uitvoering van de werkzaamheden had ingehuurd? 8. Kunt u ons een uitleg geven over het volgende:
'Theunissen (inmiddels mede-eigenaar van Buro Andersom) is de afgelopen 5 jaar als ingehuurd ambtenaar voor de gemeente werkzaam geweest. Vervolgens werd het bureau van Theunissen weer ingehuurd door De Boei om de opdracht ‘Echt Werken’ uit te voeren. Volgens het intern onderzoek van de gemeente zou hier geen sprake zijn van belangenverstrengeling.”
Een ingehuurde ambtenaar die eigenaar is van het ingehuurde bureau dat de werk-zaamheden uitvoert, is dat geen belangenverstrengeling? 9. Heeft het ambtelijk apparaat geen grip meer op externe ingehuurde bureaus? 10. Is het college wel bij machte om de vinger aan de pols te houden m.b.t. inhuurders? 11. ‘Echt Werken’ is na overleg met de gemeente na maart ondergebracht bij het bedrijf Springplank040 van Thijs Eradus, nota bene een voormalig werknemer van Buro Andersom. Wat betekent dat;
a) voor de daklozen en
b) voor het gemeenschapsgeld ? 12. Wie bewaakt vanaf maart deze manier van werken? 13. Wat wordt er vervolgens bewaakt? 14. Tonen de verantwoordlelijke ambtenaren wel voldoende eigenaarsschap? 15. Is het college het met ons eens dat de ambtelijke organisatie niet alleen op hoofd-lijnen alles moet uitzetten, coördineren, controleren en blijven verifiëren, maar de monitoring van details het verschil maken? 16. Begrijpt het college dat een gedetailleerde bewaking van onder andere gemeen- schapsgelden altijd het element is waar om het draait om een 100% waterdichtheid te houden en de gemeenschap te behoedden voor onnodige grote verliesposten? 17. Nu er € 500.000,00 is verdampt wordt er nu eenzelfde bedrag opnieuw geïnvesteerd in een werkproject voor daklozen? 18. Zo ja, hoe gaat u dat financieren en wie wordt vervolgens hoofdaansprakelijke? 19. Zo nee, wordt het werkproject Daklozen / Echt Werken binnenkort stopgezet? 20. Snapt het college dat ook deze zoveelste grote geldelijke verliespost niet meer naar de raad uit te leggen is, maar ook niet meer naar de burgers? 21. Is het college zich er van bewust dat niet alleen de gemeentelijke kas en de burgers maar in het bijzonder de daklozen nu de zwaar getroffen zijn c.q. gaan worden? 22. Ziet het college dat hier geen sprake meer is van ‘financiële nevenschade’ maar van directe financiële schade die vele gedupeerden zal gaan kenen? Wij zien uw antwoorden met veel belangstelling tegemoet. Namens de fracties Samen Eindhoven en Lijst Pim Fortuyn. Kees Rijnders en Rudy Reker ED 27/8 Instellingen trokken aan de bel

ED 27/8 Extra commissievergadering Studio 040 26/8 met Hafid Bouteibi en Rudy Reker
Antwoord van burgemeester en wethouders

Algemeen Voorafgaand aan de antwoorden op de Raadvragen over het project Echt werken is een beknopte schets van de context waarin de subsidieafspraken tot stand zijn gekomen op zijn plaats. Het gaat daarbij enerzijds om de specifieke opdracht voor het project en anderzijds om de verantwoording van het subsidieproces in het algemeen. Het project Echt werken vindt zijn oorsprong in de opvattingen over de effectiviteit van de aanpak van dak- en thuisloosheid. Daarin heeft zich omstreeks 2010 een wijziging voorgedaan, die heeft geleid tot het Uitvoeringsprogramma Stedelijk Kompas 2011-2015 waarover u via een raadsinformatiebrief over de voortgang van het Stedelijk Kompas op 15 november 2011 bent geïnformeerd. Was het vóór die wijziging gebruikelijk om dak- en thuislozen vaak langdurige (zorg)trajecten te laten ondergaan voordat huisvesting aan de orde kon zijn, tegenwoordig is de leidende gedachte dat daklozen juist zo snel mogelijk aan woonruimte geholpen moeten worden, maar ook dat dagbesteding –bij voorkeur in de vorm van werk – een voorwaarde is om de huisvesting te laten slagen. Zorg staat dus niet langer voorop. ‘Werk en activering’ werd daarmee een van de pijlers onder het Stedelijk Kompas. De basis hiervoor werd onder andere gelegd via de aanbevelingen van de raadswerkgroep hoorzitting Maatschappelijke Opvang, najaar 2009 en nadere uitwerking hiervan in 2010/2011 in het Programma Stedelijk Kompas 2011-2015 die in de raadsinformatiebrief van 15 november 2011 (over voortgang van het Stedelijk Kompas) is opgenomen. Voor een versnelde invoer van deze trajectaanpak bestond en bestaat naast een maatschappelijke noodzaak eveneens een financiële. Het betreft de vraag naar de financiële houdbaarheid van de gemeentelijke maatschappelijke opvang. De combinatie van wonen en werken leidt voor deelnemers aan deze trajectaanpak tot het duurzaam opheffen van de situatie van dakloosheid. Dit heeft zowel een positief effect op de gemeentelijke kosten voor opvang als op de uitkeringskosten. De instellingen, die bij de maatschappelijke opvang zijn betrokken, zijn doordrongen van de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor een effectieve aanpak van dakloosheid en van de betekenis die daarvoor aan werk en activering moet worden toegekend. De afgelopen jaren hebben zij aangetoond daar – ook wat de organisatie en de verdeling van taken betreft – veranderingen voor door te willen en kunnen voeren en samenwerkingsverbanden aan te gaan. Bovendien is er een schakelpunt werk & activering ingericht om dit proces in goede banen te leiden. Het is onvermijdelijk en soms zelfs wenselijk dat zich daarbij spanningen voordoen tussen bestaande en nieuwe aanbieders. Dat kan het proces ook ten goede komen. Voor het najaar 2013 hebben de bestuurders van de instellingen afgesproken de keten van de maatschappelijke opvang met inbegrip van het schakelpunt aan een evaluatie te onderwerpen, ook al omdat de looptijd van het Stedelijk Kompas in 2015 eindigt. De omslag die het Programma Stedelijk Kompas 2011-2015 beoogde kon destijds niet meteen in de praktijk worden gebracht. De structuur, de voorzieningen en de expertise die nodig zijn om dak- en thuislozen ook daadwerkelijk aan werkzaamheden te helpen was in 2011 niet aanwezig. De betrokken instellingen hadden wel activeringscentra voor de eigen doelgroep, maar die waren niet of
nauwelijks op uitstroom naar wonen en werken gericht. Instellingen konden daarom niet aan de vraag van de gemeente voldoen, het opbouwen en onderhouden van de vereiste structuur, de netwerken en de expertise was tot dan toe ook voor geen van de instellingen een kerntaak. In de adviesnota offertes Stedelijk Kompas 2012 en de raadsinformatiebrief van 15 november 2011 is deze constatering opgenomen. Het subsidieverzoek en de bijbehorende voorstellen van De Boei m.b.t. het project Echt werken d.d. 27 maart 2012, is gestoeld op een aanpak die elders (Noord- en Midden-Limburg) met succes werd uitgevoerd, en voorziet in deze leemte. Het Uitvoeringsprogramma Stedelijk Kompas 2011-2015 heeft ook verandering gebracht in de wijze waarop de gemeente subsidies aan instellingen verstrekt. Het kader hiervoor werd gevormd door het rekenkamerrapport Twee werelden. Effectiviteit welzijnsbeleid Eindhoven (december 2009) dat door de Raad is overgenomen op 4 maart 2010, en heeft geleid tot een opdracht van uw raad om te
komen tot een herziening van het sociaal beleid, ook waar het de manier van verantwoorden betreft. Op pagina 7 van het rapport staat hieromtrent: “Zowel de gemeente als de welzijnsinstellingen wensen een andere toedeling van verantwoordelijkheden. De gemeente zou haar regierol sturend op hoofdlijnen moeten geven en terughoudend zijn in toezicht op detailniveau.” Meer in het bijzonder wordt gepleit voor “vermindering van het aantal indicatoren, het maken van meetbare prestatieafspraken en het meten van outcome”. In de praktijk is het gevolg van deze herziening dat er met instellingen geen afspraken worden gemaakt over de uitvoering, het aantal en de aard van de activiteiten, maar alleen over de feitelijke resultaten (maatschappelijke effecten, de outcome i.p.v. de output). Dat verschaft instellingen meer verantwoordelijkheid, maar ook meer bevoegdheid dan in het verleden. Hoe de instellingen de resultaten denken te verwezenlijken behoort tot hun deskundigheid als uitvoerende. Ze hebben daarbij de vrijheid – soms zelfs de opdracht – om samenwerkingsverbanden met andere aanbieders aan te gaan. Daarbij ontstaan relaties van hoofd- en onderaannemers, waarbij voor de gemeente de subsidieaanvrager altijd hoofdaannemer wordt. Zolang blijkens de rapportages de toegezegde resultaten worden behaald, is er voor de gemeente geen aanleiding om zich met de organisatie of de uitvoering van de activiteiten te bemoeien. Dit betekent ook dat pas bij de afrekening van het project of subsidiejaar –voorzien van een verklaring van een onafhankelijke accountant- een verantwoording wordt afgeleverd op geleverde prestaties en financiën. Wij onderschrijven deze omslag van output naar outcome nog steeds. En indien de afgesproken resultaten niet geleverd worden, gaan wij uiteindelijk over tot terugvordering van subsidiegeld. Dit geldt niet alleen voor de subsidierelatie tussen de gemeente Eindhoven en De Boei, maar voor alle subsidierelaties, waarin gestuurd wordt op outcome, zoals die in het kader van het Stedelijk Kompas. Antwoorden raadsvragen van de fractie Samen Eindhoven en LPF

1. Was het college (al langere tijd) op de hoogte van dit financieel debacle?

Uitgaande van hierboven genoemde sturing en verantwoording op resultaten (outcome) heeft het college in 2012 subsidie verleend aan Stichting De Boei, onderdeel van GGzE, voor de uitvoering van het project ‘Echt werken’. Kern van de subsidieverlening is de prestatieafspraak dat aan het eind van het traject tenminste 75 daklozen bij werkgevers moeten zijn geplaatst en nog eens minimaal 8
deelnemers via een leer-werk aanbod schuttingenbouw en minimaal 7 deelnemers via het leer-werk aanbod schilderen. Voor dit project is een bedrag uitgetrokken dat neerkomt op gemiddeld € 7.000,- per geslaagd traject. Gelet op de aard van de doelgroep, de grote kans op uitval, de kosten van acquisitie van werkplekken voor deze daklozen in een periode van oplopende werkloosheid etc. is dit, bijvoorbeeld in vergelijking met de kosten van reguliere re-integratietrajecten, een redelijk bedrag. Overeenkomstig de bepalingen van de subsidiebeschikking heeft De Boei de gemeente in maart 2013 laten weten dat Buro Andersom, onderaannemer van De Boei voor het project, te kennen had gegeven dat het zijn verplichting in het project niet langer kon nakomen in verband met een reëel dreigend faillissement en uitputting van de middelen. Vanaf dat moment heeft er overleg plaatsgevonden tussen De Boei als verantwoordelijke partij en de gemeente als opdrachtgever. Onderwerp van gesprek vormde de verantwoordelijkheid van stichting de Boei als hoofdaannemer van het project. Stichting de Boei is nadrukkelijk gewezen op de  verantwoordelijkheid voor de voortzetting van het (succesvolle) project met behoud van de beoogde resultaten. Hier zijn geen extra kosten aan verbonden en er zal ook geen aanvullende subsidieaanvraag worden ingediend
Met de GGzE is sindsdien uitgebreid overleg geweest, en expliciet aan de orde gesteld in hoeverre GGzE/De Boei inzicht heeft in de financiële stromen binnen het project Echt Werk. Uit dit overleg met de GGzE is ons gebleken dat de Boei haar contract met Bureau Andersom op dezelfde leest heeft geschoeid als onze overeenkomst met De Boei: op outcome gericht. Op basis daarvan heeft de GGzE ons laten weten, dat de aard van de afgesloten contracten dusdanig is dat slechts op basis van de behaalde resultaten afgerekend  en/of teruggevorderd kan worden. Ook heeft de GGze ons gemeld: “Overeenkomstig de verplichting tot afrekening in de beschikking zullen wij aan het einde van de projectperiode verantwoording afleggen over de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten. Hiertoe stellen wij ons ook in verbinding met Buro Andersom met als doel alle beschikbare informatie te verkrijgen die nodig is voor de eindafrekening. We zullen u daarover conform de beschikking nader informeren”. Dit betekent dat wij u pas bij de afrekening van het project kunnen informeren over de geleverde prestaties en financiën. Wij realiseren ons goed dat u vanuit uw maatschappelijke verantwoordelijkheid
scherp bent op hetgeen zich nu voordoet, en ons daarom om inzicht vraagt in de financiële stand van zaken van het project Echt Werk op dit moment. Het spijt ons dat we u de financiële inzage nu nog niet kunnen geven. Wanneer bij de eindafrekening blijkt dat de afgesproken resultaten niet geleverd zijn, zullen wij uiteraard overgaan tot een terugvordering van subsidiegeld. En mocht eveneens blijken dat de trajectprijs feitelijk lager kan, dan nemen wij bij volgende offertes de reële prijs als uitgangspunt. Voorgaande geldt niet alleen in dit geval, maar bij alle subsidierelaties waarin gestuurd wordt op outcome. Het college heeft overigens , zowel op grond van de afgesproken tussenrapportages over het verloop en de resultaten van het project, als uit de gesprekken die met De Boei zijn gevoerd, geen aanleiding om te veronderstellen dat de beoogde resultaten niet zullen worden behaald en de overeengekomen prestaties uit zullen blijven. Zie hiervoor ook de stukken die aan u worden overgelegd. Tot slot: het is het financieel gezien een bekend verschijnsel dat bij nieuwe of vernieuwende projecten, de kosten voor de baten uitgaan. In de beginperiode zijn de voorinvesteringen hoog. In het geval van het project Echt Werk gaat het dan om bestedingen ten behoeve van bijvoorbeeld materiaal, apparatuur en gereedschappen, maar ook om de intensieve screening van deelnemers, het opbouwen van een netwerk, coaching, promotie onder werkgevers etc. 2. Zo ja, waarom is de raad hier dan niet tijdig in gekend?

Tot nu toe is er geen aanleiding om de raad te informeren zolang de opdracht tegen de bestaande condities wordt uitgevoerd. Vanuit het oogpunt van de gemeente heeft er alleen maar een wijziging van een onderaannemer plaatsgevonden. 3. Vandaag heeft ons informatie bereikt dat u hiervan in maart al op de hoogte was. Is dat correct?

Zie het antwoord op vraag 1. In maart heeft stichting de Boei bij de ambtelijke organisatie melding gemaakt van de knelpunten bij de onderaannemer en is de verantwoordelijk portefeuillehouder hierover geïnformeerd. In de rondvraag van het college is het onderwerp aan de orde gekomen. 4. Hoe heeft het college genoemd debacle gecontroleerd?

In alle subsidiebeschikkingen worden bepalingen opgenomen met betrekking tot de wijze waarop de opdrachtnemer verslag dient te doen van de ontwikkelingen, de voortgang en de resultaten van de opdracht. Dat is ook in dit geval gebeurd. Daarnaast vindt er tweemaandelijks ambtelijk overleg plaats met alle instellingen die een rol spelen bij werk en activering van dak- en thuislozen in het zogenaamde schakelpunt werk & activering overleg. In dit overleg bleek telkenmale dat de beoogde resultaten op schema lagen. 5. Welke afspraken zijn gemaakt met het ingehuurde Buro Andersom?

De gemeente heeft geen afspraken gemaakt met Buro Andersom. 6. Wie heeft deze afspraken gemaakt en zijn alle onderdelen hiervan gedetailleerd vastgelegd?

De afspraken zijn gemaakt onder verantwoordelijkheid van Stichting De Boei. In het offertetraject wordt aan opdrachtnemers wel gevraagd om aan te geven op welke wijze zij bijdragen van eventuele onderaannemers hebben geborgd. Inzage in de overeenkomsten wordt echter niet geëist, ook al om te voorkomen dat de gemeente alsnog zelf voor de uitvoering van opdrachten verantwoordelijk wordt. 7. Was het college op de hoogte dat de GGzE/Stichting De Boei een onderaannemer (Buro Andersom) voor de uitvoering van de werkzaamheden had ingehuurd?

Ja. Zie het antwoord op de vorige vraag. 8. Kunt u ons uitleg geven over het volgende: ”Theunissen (inmiddels mede-eigenaar van Buro Andersom) is de afgelopen 5 jaar als ingehuurd ambtenaar voor de gemeente werkzaam geweest. Vervolgens werd het bureau van Theunissen weer ingehuurd door De Boei om de opdracht ‘Echt Werken’ uit te voeren. Volgens het intern onderzoek van de gemeente zou hier geen sprake zijn van belangenverstrengeling.” Een ingehuurde ambtenaar die eigenaar is van het ingehuurde bureau dat de werkzaamheden uitvoert, is dat geen belangenverstrengeling?

Aan het verlenen van subsidie is tweemaal een uitvoerige bespreking van het voorstel met Bureau Integriteit van de gemeente vooraf gegaan. Dit was erop gericht om te voorkomen dat er een situatie zou kunnen ontstaan waarbij de betrokken medewerker zichzelf of zijn bedrijf oneigenlijke voordelen zou kunnen verschaffen. Door Bureau Integriteit geadviseerde maatregelen zijn getroffen. 9. Heeft het ambtelijk apparaat geen grip meer op ingehuurde bureaus?

Externe organisaties kunnen op verschillende manieren worden ingehuurd. In de maatschapppelijke opvang is het werken met hoofd- en onderaannemers onvermijdelijk omdat geen enkele instelling alle vereiste deskundigen en voorzieningen zelf in huis heeft. Voor de gemeente blijft de hoofdaannemer verantwoordelijk voor de uitvoering van de opdracht en de naleving van de voorwaarden, ook als onderdelen van de opdracht bij derden worden uitbesteed. De gemeente houdt toezicht op de voortgang van de opdracht en de resultaten. De definitieve financiële en inhoudelijke verantwoording (inclusief accountantsverklaring) vindt dan plaats na beëindiging van de opdracht. Dat neemt niet weg dat de gemeente ook tussentijds de voortgang bewaakt. 10. Is het college wel bij machte om de vinger aan de pols te houden m.b.t. inhuurders ? Ja. Zie het antwoord op vraag 9. 11. ‘Echt werken’ is ondergebracht bij Springplank040 van een voormalig werknemer van Buro Andersom. Wat betekent dit voor:
     a. de daklozen
     b. de gemeenschapsgelden.
Het project kan worden voortgezet en het uitzicht op de resultaten blijft. Continuïteit in relaties met werkgevers die arbeidsplaatsen leveren is geborgd en er is daarmee geen sprake van negatieve gevolgen voor betrokken dak- en thuislozen. Extra inzet van gemeenschapsgeld is daarvoor niet aan de orde. 12. Wie bewaakt vanaf maart deze manier van werken? In de verdeling van de verantwoordelijkheden en wijze van toezicht en monitoring is geen verandering opgetreden. 13. Wat wordt vervolgens bewaakt?

De voortgang van het traject met betrekking tot de beoogde resultaten. 14. Tonen de verantwoordelijke ambtenaren wel voldoende eigenaarschap?

Zie het antwoord op vraag 9. 15. Is het college het met ons eens dat de ambtelijke organisatie niet alleen op  hoofdlijnen alles moet uitzetten, coördineren, controleren en blijven verifiëren, maar de monitoring van details het verschil maken?

De Raad heeft op 4 maart 2010 de conclusies en aanbevelingen van het rekenkamerrapport “Twee werelden” onderschreven, waarin wordt bepleit om op hoofdlijnen te sturen. Monitoring van details leidt tot een toename van administratieve druk en bureaucratie, zowel bij de gemeente als bij de instellingen; daar wilden we een einde aan maken. In het geval van financiële of inhoudelijke onregelmatigheden roepen we de hoofdaannemer ter verantwoording. 16. Begrijpt het college dat een gedetailleerde bewaking van onder andere gemeenschapsgelden altijd het element is waar het om draait in een 100% waterdichtheid te houden en de gemeenschap te behoeden voor onnodige grote verliesposten?

Zie het antwoord op de vorige vraag. 17. Nu er € 500.000 is verdampt wordt er nu eenzelfde bedrag opnieuw geïnvesteerd in een werkproject voor daklozen?

Het bestaande project wordt binnen de reeds toegekende middelen voortgezet. 18. Zo ja, hoe gaat u dat financieren en wie wordt vervolgens hoofdaansprakelijke?

Zie het antwoord op vraag 17. 19. Zo nee, wordt het werkproject Daklozen/Echt werken binnenkort stopgezet? Zie het antwoord op vraag 17. 20. Snapt het college dat ook deze zoveelste grote geldelijke verliespost niet meer naar de raad uit te leggen is, maar ook niet meer naar de burgers? Het college vertrouwt erop met de beantwoording van de raadsvragen de toelichting te verschaffen die nodig is. 21. Is het college zich ervan bewust dat niet alleen de gemeentelijke kas en de burgers maar in het bijzonder de daklozen nu zwaar getroffen zijn c.q. gaan worden? Wij zijn met u van mening dat voortijdig stopzetten van het project ten koste zougaan van een kwetsbare groep daklozen. Om dat te voorkomen heeft de gemeente na de melding van de problemen geïnformeerd welke gevolgen deze problemen zouden hebben voor de voortzetting van het project. De Boei heeft de gemeente verzekerd dat zij verantwoordelijk blijft voor het realiseren van de oorspronkelijke resultaten. De Boei verwacht ook dat deze resultaten behaald gaan worden. 22. Ziet het college dat hier geen sprake meer is van ‘financiële nevenschade’ maar van ‘directe financiële schade’ die vele gedupeerden zal gaan kennen? In hoeverre er sprake is van financiële schade is pas te beoordelen nadat de GGzE/De Boei de financiële en inhoudelijke verantwoording met accountantsverklaring heeft verstrekt over de prestaties, die geleverd zijn. Wanneer blijkt dat niet geleverd is volgens afspraak, zullen wij overgaan tot terugvordering. Als blijkt dat de trajectprijs omlaag kan, nemen wij de reële prijs als uitgangspunt bij volgende offertes. Antwoorden raadsvragen van de fractie van het CDA

1. Hoe is het mogelijk dat binnen een half jaar ruim 500.000 euro is besteed aan dit project “Echt Werken”? Gezien de bescheiden inzet van Bureau Andersom is dit dan te verantwoorden? Zo ja is er dan geen financiële, bereikte resultaat en verloop proces verantwoording gekoppeld aan de inspanningen van Bureau Andersom? Uit de ambtelijke voortgangsgesprekken die met De Boei zijn gevoerd is duidelijk geworden dat met name in de aanloop van het project veel werk moest worden verzet om de ambitieuze doelstellingen van het project waar te kunnen maken. Het gaat dan bijvoorbeeld om het verwerven van voldoende geschikte werkplekken. Maar ook de screening, de training en de begeleiding van deze daklozen is
arbeidsintensief, zeker in de beginfase. Het is niet verwonderlijk dat in dat stadium het aantal deelnemers en trajecten nog beperkt is. De hoofdaannemer dient vóór 1 mei 2014 een verzoek tot subsidievaststelling in. Een accountantsverklaring over de besteding van de middelen maakt hier naast een inhoudelijke verantwoording over de resultaten onderdeel vanuit. 2. Hoe kan het dat bij zo’n project zoveel geld is vrijgemaakt, en zo ja heeft u de raad hierbij betrokken?

Er is geen extra geld vrijgemaakt voor het project. De middelen zijn afkomstig uit de uitkeringen voor het Stedelijk Kompas, dat inhoudelijk ook werk en activering als een van de drie pijlers onder de aanpak van dakloosheid kent (naast wonen en zorg). De middelen zijn bij het vaststellen van de begroting en programmaonderdeel 2.3 op 8 november 2011 door uw raad bestemd voor het programma Stedelijk Kompas. 3. Kunt U alsnog een financiële verantwoording naar de raad sturen van Bureau Andersom?

Conform de geldende afspraken zal pas bij de afrekening van het project – voorzien van een verklaring van een onafhankelijke accountant - een verantwoording worden geleverd op geleverde prestaties en financiën. De GGzE heeft ons laten weten, dat de aard van de afgesloten contracten dusdanig is dat slechts op basis van de behaalde resultaten afgerekend en/of teruggevorderd kan
worden. 4. Kunt u in de gevraagde toelichting over de relatie Bureau Andersom en de gemeente het volgende betrekken: 
     - Is het gemeentelijk reglement gevolgd m.b.t. integriteit en mogelijke belangenverstrengeling?
     - Is er een melding gemaakt richting College over dit proces? Zo nee waarom is er niet gemeld? Zo ja hoe heeft het College deze melding beoordeeld?

Tijdens het offertetraject is de wethouder geïnformeerd over mogelijke inzet van het Buro Andersom, waarbij zowel de feitelijke als de schijn van belangenverstrengeling aan de orde is geweest. De wethouder ging er van uit dat met de uitvoering van aanbevelingen van Bureau Integriteit, inzake transparantie naar buiten en functiescheiding, het voorkomen van de feitelijke en van de schijn van belangenverstrengeling geborgd zou zijn. Het college heeft op 10 juli 2012 een besluit genomen ten aanzien van Stedelijk Kompas 2012/2013. De offerte van de Boei was daar een onderdeel van. In de B&W adviesnota is geen melding gemaakt van een mogelijke belangenverstrengeling, omdat –op basis van advisering van Bureau Integriteit- het contract met de inhuurkracht beëindigd zou worden, en een interne vacature voor de opvolger werd opengesteld. Op dit moment is de vraag naar de schijn van belangenverstrengeling weer opgeworpen. Omdat het college de zekerheid wil hebben, dat er geen schending van de integriteit heeft plaats gevonden, zal zij nog nader onderzoek doen. 5. Welke stappen gaat de gemeente inzetten om deze gelden terug te vorderen? Welke andere juridische stappen overweegt de gemeente om in deze in te zetten? Indien blijkt dat de afgesproken prestaties niet zijn bereikt, zal de gemeente de GGzE/De Boei hierop aanspreken, en subsidie terugvorderen.. Eventuele terugvordering bij Buro Andersom is voorbehouden aan Stichting De Boei. 
Antwoorden raadsvragen van de fractie van het Ouderen Appel

1. Op welke wijze heeft uw college kennisgenomen van het feit dat de subsidiegelden niet zijn aangewend waarvoor ze bestemd waren?

Stichting De Boei heeft, in overeenstemming met de bepalingen van de beschikking, de gemeente schriftelijk in kennis gesteld van de melding van Buro Andersom over problemen bij de uitvoering van de opdracht. 2. Zijn de problemen met de voorgang van de gesubsidieerde activiteiten tijdig gemeld door de gesubsidieerde instelling? De gemeente is door De Boei op de hoogte gesteld meteen nadat Buro Andersom te kennen had gegeven de opdracht niet meer uit te kunnen voeren. 3. Was uw college op de hoogte van knelpunten in de uitvoering van het project? Tot de kennisgeving van De Boei had de gemeente geen weet van problemen bij de uitvoering van het project. 4. Heeft de gesubsidieerde instelling volgens de mening van het college gehandeld volgens de op schrift gestelde afspraken? Waaruit blijkt dat?

Ja, de gesubsidieerde instelling is in dit geval De Boei. 5. Heeft het college overeenkomstig de subsidieverordening gehandeld? Waaruit blijkt dat?

Ja. Zie de subsidiebeschikking 6. Is er van de zijde van de gesubsidieerde instelling sprake van verwijtbaar handelen?

De Boei zegt tot de melding van Buro Andersom over de financiële problemen geen aanwijzingen te hebben gehad waaruit kon worden afgeleid dat Buro Andersom in moeilijkheden verkeerde en de opdracht niet af zou kunnen maken. Toen dat eenmaal bekend was zijn alle inspanningen erop gericht om het project desondanks voort te zetten. Daarvoor heeft De Boei van meet af aan de verantwoordelijkheid op zich genomen. Eindhoven, 4 september 2013

Laat reactieformulier zien

Deel deze pagina