Politiek Beleidsplan

De politieke vereniging Lijst Pim Fortuyn Eindhoven is in 2004 opgericht vanuit de landelijke partij die in 2002 vanuit het niets met 26 zetels in de Tweede Kamer kwam.
Maar ...wat doen en willen  wij in Eindhoven? (Lees verder)

Fractieleden
Lijst Pim Fortuyn

Rudy Reker
Rudy Reker
Fractievoorzitter


Tjerk Langman
Raadslid


Petra Strijbos-Nijs
Commissielid


Mari Nijs
Commissielid

6. Dennis Klein Web
Dennis Klein
Commissielid 
Jonge Fortuynisten


Reker-Lilian Wiebers
Fractiemedewerkster 


Carlo van Remortel
Voorzitter
Jonge Fortuynisten  

Raadsvragen:  Hoe gaat dit college aan Eindhovense woningzoekenden uitleggen dat asielzoekers/vergunninghouders geen wachttijden kennen


Eindhoven, 5 februari 2015 “Gezien het feit dat het ministerie van BZK de taakstelling meerdere malen heeft verhoogd, en uw gemeente geruime tijd een flinke achterstand had, heeft uw gemeente een enorme prestatie geleverd op het gebied van huisvesten van vergunninghouders. Wij complimenteren u met het bereikte resultaat.” UPDATE: Met antwoord van het college 1/4 Omroep Brabant

Geacht college,

Bij de ingekomen stukken van de laatste gemeenteraadsvergadering op 27 januari jl. bevond zich een brief van de Provincie Noord-Brabant d.d. 12 januari 2015 inzake huisvesting voor vergunninghouders.   Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant complimenteert in deze brief het Eindhovens college omdat zij in de tweede helft van 2014 meer vergunninghouders heeft gehuisvest dan de 142 die in taakstelling was opgelegd. Letterlijk staat er het volgende in deze brief:

“Gezien het feit dat het ministerie van BZK de taakstelling meerdere malen heeft verhoogd, en uw gemeente geruime tijd een flinke achterstand had, heeft uw gemeente een enorme prestatie geleverd op het gebied van huisvesten van vergunninghouders. Wij complimenteren u met het bereikte resultaat.”

Maar, zo stond ook in de brief, de gedeputeerde van Noord-Brabant heeft in verband met dit bereikte resultaat de taakstelling voor de eerste helft van 2015 wel fors verhoogd naar 182 vergunninghouders.

Dat brengt ons tot de volgende vragen.

1. Is het college het met de LPF eens dat de Gemeente Eindhoven reguliere Eindhovense woningzoekenden in de sociale huursector heeft gedupeerd met nog langere wachttijden, door onnodig meer houders van een verblijfsvergunning te huisvesten dan waar de gemeente strikt genomen aan kon worden gehouden? Zo nee, kan het college dan toelichten waarom zij vindt dat reguliere Eindhovense woningzoekenden hierdoor niet zijn gedupeerd?

2. In voornoemde brief prijst Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant de Gemeente Eindhoven met het feit dat zij ‘een enorme prestatie heeft geleverd op het gebied van het huisvesten van vergunninghouders’ en complimenteert haar met het bereikte resultaat.

Bent u het met de LPF eens dat een dergelijke formulering ongepast is, gezien het feit dat Eindhovense burgers niet zitten wachten op het huisvesten van grote stromen vergunninghouders waardoor de Eindhovense woningzoekenden hier de dupe van zijn? Zo nee, waarom niet?

3. Hoe gaat het college dit uitleggen aan Eindhovense woningzoekenden? Rudy Reker, Lijst Pim Fortuyn
Antwoord van burgemeester en wethouders 1. Is het college het met de LPF eens dat de gemeente Eindhoven reguliere Eindhovense woningzoekenden in de sociale sector heeft gedupeerd met nog langere wachttijden, door onnodig meer houders van een verblijfsvergunning te huisvesten dan waar de gemeente strikt genomen aan kon worden gehouden? Zo nee, kan het college dan toelichten waarom zij vindt dat Eindhovense woningzoekenden hierdoor niet zijn gedupeerd? Binnen de woonruimtebemiddeling wordt onderscheid gemaakt naar geregelde en vrije verhuur. Dit zijn verschillende systemen. Bij vrije verhuur staat de eigen regie centraal; mensen handelen op eigen kracht (inschrijving/loting bij de corporaties). Binnen de geregelde verhuur krijgen doelgroepen, waaronder statushouders, rechtstreeks een woning aangeboden omdat zij vanwege urgentie, zorg- of begeleidingsbehoefte
voorrang op andere woningzoekenden behoeven. De huisvesting van statushouders is ook een wettelijke taak. In regionaal verband is afgesproken dat van de totale verhuur maximaal 25% in het geregelde segment valt. De afgelopen jaren is geconstateerd dat de Eindhovense corporaties in 2012 19%, in 2013 19% en in 2014 tussen de 20 en 25% van de vrijkomende woningen hebben toegewezen aan urgenten. Het is dus steeds mogelijk geweest om meer dan 75% van de vrijkomende woningen toe te wijzen aan regulier woningzoekenden. 2. In voornoemde brief prijst Gedeputeerde Staten de gemeente Eindhoven met het feit dat zij ‘een enorme prestatie heeft geleverd op het gebied van het huisvesten van statushouders’ en complimenteert haar met het bereikte resultaat. Bent u het met de LPF eens dat een dergelijke formulering ongepast is, gezien het feit dat Eindhovense burgers niet zitten te wachten op het huisvesten van grote stromen vergunninghouders waardoor de Eindhovense woningzoekenden hier de dupe van zijn? Zo nee, waarom niet? Het college staat voor een inclusieve samenleving, waar iedereen onderdeel is van de maatschappij. Daarbij staan wij ook open voor groepen, zoals statushouders, die een steun in de rug nodig hebben, bijvoorbeeld bij het vinden van een woning. Dit hebben we ook vastgelegd in het coalitieakkoord ‘Expeditie Eindhoven, iedereen mee’. 3. Hoe gaat het college dit uitleggen aan de woningzoekenden? Niet van toepassing, zie de antwoorden op de vragen 1 en 2. Eindhoven, 17 maart 2015

Laat reactieformulier zien

Deel deze pagina