Politiek Beleidsplan

De politieke vereniging Lijst Pim Fortuyn Eindhoven is in 2004 opgericht vanuit de landelijke partij die in 2002 vanuit het niets met 26 zetels in de Tweede Kamer kwam.
Maar ...wat doen en willen  wij in Eindhoven? (Lees verder)

Fractieleden Lijst Pim Fortuyn


Rudy Reker
Fractievoorzitter

 
Reker-Lilian Wiebers
Fractiemedewerkster 

 

 

 

 

 

 


Damian Dassen
Commissielid Lijst Pim Fortuyn.
Bestuurslid JF
(Jonge Fortuynisten)

Jonge Fortuynisten

 
Stef Kleine Staarman
Voorzitter
Jonge Fortuynisten 

 
Timo Hoogerwaard
Secretaris
Jonge Fortuynisten

 

 

Zendmast 'Croy'


Hoelang nog wordt de spot gedreven met Burgerparticipatie?


Genderbeemd, 30 maart 2011


Op 22 maart jl. is in de commissievergadering Economie en Mobiliteit een petitie van 300 handtekeningen aangeboden door verontruste inwoners van de wijk Genderbeemd. Deze petitie gaat over de zendmast ‘Croy’, die volgens de indieners gezondheidsklachten oplevert in de vorm van o.a. slaapproblemen en oorsuizingen. Al enkele jaren hebben ze deze kwestie meerder malen bij de gemeente aangekaart met het dringende verzoek de zendmast te verplaatsen. Alle inspanningen hebben echter tot op heden niets opgeleverd.

Raadsvragen: Onvolkomenheden Inwonersplein

Eindhoven, 20 maart 2011
Geacht college,
Op 28 oktober 2010 is het vernieuwde Inwonersplein in het Stadskantoor heropend. Regelmatig zijn er meer dan duizend burgers per dag die het Inwonersplein bezoeken. Een deel van hen verlaat het pand onverrichte zake omdat zij, om welke reden dan ook, vooraf geen afspraak hebben gemaakt, of hebben kunnen maken. Rigoureus en voor deze burgers onbegrijpelijk worden zij teruggestuurd. Hoe deze teleurgestelde burgers over de service van de Gemeente Eindhoven denken, als wij het woord ‘service’ al in de mond mogen nemen, is daar duidelijk waarneembaar. Dat de hostesses, die deze mensen als eerste opvangen, gestrest hun werk doen is dan ook niet vreemd.
Dat na een bijna € 4 miljoen euro kostende verbouwing aan het Inwonersplein, in een pand wat volgens de huidige planning over 7 jaar door de Gemeente Eindhoven verlaten dient te zijn, kinderziektes voorkomen is op zich al vreemd te noemen. Nu zijn deze ‘kinderziektes en onvolkomenheden’ voor het college niet nieuw, omdat ik in november 2010 en ook nadien meerdere keren, tegen de daarvoor verantwoordelijke personen melding heb gemaakt van een aantal van deze tekortkomingen. Normaal mag je dan veronderstellen dat na vijf maanden de ‘kinderziektes en/of onvolkomenheden’, als wij daarover al mogen spreken wel zijn verholpen. Nee, niet dus bij de Gemeente Eindhoven.
Naar verluidt, is dat tegelijkertijd ook een van de belangrijkste reden waarom meerdere medewerkers van het Inwonersplein zich met stress ziek hebben gemeld. Als een goed werkgever moet je dat niet willen! Dat er economisch gewerkt dient te worden is ook een wens van onze fractie, maar er zijn grenzen, zeker als het om serviceverlening gaat. Onder de bezoekers van het Inwonersplein werd op woensdag 16 maart door een extern bureau een enquête gehouden. Dit terwijl aan eigen medewerkers, die de huidige problemen en tekortkomingen als beste kunnen benoemen, niets is gevraagd.
Als je als bedrijf ergens niet op mag bezuinigen en dat geldt eveneens voor de Gemeente Eindhoven, is dat wel de serviceverlening naar de burgers. Uiteindelijk zijn wij als gemeente er vóór de burgers en niet andersom. Mijn fractie heeft ook altijd van meet af aan gesteld dat het voormalige, niet verbouwde Inwonersplein aan deze behoefte ruimschoots voldeed.
- Bij binnenkomst konden de bezoekers zich melden en kregen keurig een volgnummer uitgereikt.
- Men kon er mét afspraak een terecht.
- Men kon er ook zonder afspraak terecht, met het risico dat je langer moest wachten.
- Men kon ook vanuit huis, vanachter je PC een aantal zaken regelen.
Dat was de ideale situatie die, wat de Lijst Pim Fortuyn betreft weer in ere hersteld moet worden.
Na meerdere keren het Inwonersplein te hebben bezocht en te hebben gesproken met een aantal medewerkers en ongevraagd ook met bezoekende burgers, heb ik een aardig beeld van wat er nodig aan verbeterd moet worden. Ik zal deze punten kort benoemen.
- De entree is mede door de donkere kleurencombinatie en de te slechte verlichting te donker en te somber en past niet bij het DNA van onze (licht)stad. Hoewel ik er niet graag naar toe ga, heeft de aula in het crematorium Rijtackers meer licht, stijl en uitstraling.
- Vervolgens zijn de zitbanken voor oudere mensen te laag. Vele hebben problemen bij het gaan zitten en opstaan.
- Er zijn ook te weinig zitplaatsen in verhouding tot het aantal bezoekers.
- De monitoren zijn niet vanaf alle zitplaatsen te zien. Mede doordat de zitplaatsen in stervorm staan opgesteld. Je zit er met de rug naar toe of je zit er te ver van weg.
- De groene stoelen in de voorste hal zijn te zwaar en mede daardoor onhandelbaar, omdat je geen houvast hebt en deze daardoor niet kunt verschuiven.
- Een openingstijd van 10.00 uur in de ochtend is te laat en sluit niet aan bij de behoefte van burgers in een ‘grote stad’.
- De mogelijkheid om zonder gemaakte afspraak geholpen te worden is er te weinig. Bijvoorbeeld op de woensdagmiddagen, als kinderen vrij van school zijn kun je er niet zonder afspraak terecht. Maar ook op andere dagen zorgt dat voor irritatie en voor meerdere burgers levert dat problemen op.
- Het argument dat u als gemeente hanteert, dat burgers maar vooraf een afspraak moeten maken klinkt niet alleen arrogant, maar is het ook. Eveneens de reden dat men via internet al veel vanuit huis kan doen is niet overtuigend genoeg. Niet iedereen heeft een PC of weet er voldoende mee om te gaan.
- Bij een via internet gemaakte afspraak kunnen burgers voor 10 uur niet naar binnen, bemerkte ik op 18 maart. (Zie bijlage) Er is zelfs – behalve oogcontact – geen communicatie mogelijk met de hostess en bewaking die aan de informatiebalie zitten wachten. Deze voelen zich dan ook zeer ongemakkelijk als 100 paar ogen hen vragend en onbegrijpelijk aankijken, waarom zij de deuren niet openen.
- Veel bezoekers ondervinden problemen bij het zoeken naar het juiste programma in de displays. Het argument dat zij dan de hostess om hulp kunnen vragen is de omgekeerde wereld en werkt in de praktijk niet. Bovendien in de wachtruimte, voor de gesloten deuren is geen hostess aanwezig.
- Veel van bezoekende burgers ondervinden problemen bij het intoetsen van hun BSN nummer in de displays. In tegenstelling tot een telefoonnummer weten de burgers dit nummer niet uit hun hoofd. Andere mensen staan dan te wachten en/of mee te kijken, want er is geen enkele privacy. Doordat sommige mensen zenuwachtig worden lukt het al helemaal niet.
Na de heropening en even los van bovengenoemde zaken vertelde een huilende medewerkster eerder al tegen mij, ‘dat de werksfeer nu erger was als een concentratiekamp’. Ook andere medewerksters willen in vertrouwen en ‘onder vier ogen’ hun verhaal wel aan onze fractie kwijt. Deze uitspraken zijn niet mis en daar mag het college volgens onze fractie niet zomaar aan voorbij gaan.
Vandaar de volgende raadsvragen:
1. Waarom heeft het college tot nu toe niets met de haar bekend zijnde klachten gedaan?
2. Waarom wordt er weer een extern bureau ingehuurd om een eenvoudige enquête onder de bezoekers te houden?
3. Wat heeft het inhuren van dit bureau in zijn totaliteit gekost?
4. Was het college niet in staat om onder de meer dan 2200 ambtenaren iemand vrij te maken die deze enquête ook kon doen?
5. Waarom is er niets gevraagd aan eigen medewerkers, die dagelijks met deze klachten en problemen worden geconfronteerd en zij beter dan wie ook op de hoogte zijn van deze problemen?
6. Is het college bereidt om de uitslag van de gehouden enquête aan de gemeenteraad bekend te maken?
7. Ziet het college naar aanleiding van het hiervoor gestelde en de enquête-uitslag de noodzaak om de voorgenoemde opmerkingen serieus te nemen en daar vervolgens mee aan de slag te gaan?
8. Hoeveel tijd heeft het college nodig om hier orde op zaken te stellen?
Rudy Reker, Fractie Lijst Pim Fortuyn
Bijlage
Naam en adres van deze persoon is bij onze fractie bekend. Let u op de data en afspraaktijd.


Bureaucratie? Of is het gemeentebestuur hardleers?

Update: met antwoord van het college (19 mei 2011)


Eindhoven, 20 maart 2011

Geacht college,

Op 28 oktober 2010 is het vernieuwde Inwonersplein in het Stadskantoor heropend. Regelmatig zijn er meer dan duizend burgers per dag die het Inwonersplein bezoeken. Een deel van hen verlaat het pand onverrichte zake omdat zij, om welke reden dan ook, vooraf geen afspraak hebben gemaakt, of hebben kunnen maken. Rigoureus en voor deze burgers onbegrijpelijk worden zij teruggestuurd. Hoe deze teleurgestelde burgers over de service van de Gemeente Eindhoven denken, als wij het woord ‘service’ al in de mond mogen nemen, is daar duidelijk waarneembaar. Dat de hostesses, die deze mensen als eerste opvangen, gestrest hun werk doen is dan ook niet vreemd.

Onveiligheid in Winkelcentrum Vaartbroek

Raadsvragen: Onveiligheid Winkelcentrum Vaartbroek
Eindhoven 17-03-2011
Geacht college,
In december 2010 heeft onze fractie raadsvragen gesteld naar aanleiding van de toenemende overlast en criminaliteit in het winkelcentrum Vaartbroek. Toen hebben wij aangedrongen op herplaatsing van de beveiligingscamera's in het winkelcentrum. Hierop kregen wij in januari van dit jaar een negatief antwoord.
Erger nog, noch het college, noch de politie van Eindhoven voelen zich verantwoordelijk voor de onveiligheid die op- en in de openbare ruimte plaatsvindt. U legt in dit geval de verantwoordelijkheid wederom neer bij de ondernemers en de burgers in Vaartbroek. Maar méér dan inbraakwerende voorzieningen en cameratoezicht in de winkels kunnen en mogen de ondernemers (volgens de huidige wetgeving) niet doen.
Binnen twee maanden na uw negatief antwoord zijn er weer twee pogingen tot inbraak geweest en heeft er een ramkraak plaatsgevonden en wel op de volgende data:
- Op 19 februari een poging tot inbraak in wederom de Tabakker. De schade: rolluik beschadigd en de kosten zijn tot op heden voor ons onbekend.
- Op 7 maart een ramkraak op het Kruidvat, waarbij niet alleen de ruiten maar ook de totale pui is ontzet. De schade meer dan 10.000 euro.
- Op 11 maart een poging tot inbraak in de Shoeby shop. Ook hier een grote  spiegelraam verbrijzeld, waarbij de kosten enkele duizenden euro’s bedragen.
Het is voor de winkeliers (en niet alleen in Vaartbroek) om moedeloos van te worden. De kosten zijn enorm om nog maar niet te spreken van de emotionele schade, die vele jaren kan aanhouden. Vooral in de donkere wintermaanden voelen de winkeliers zich niet veilig.
De schrik bij de bewoners zit er ook goed in. De ramkraak vond ‘s- nachts plaats terwijl de bewoners van de bovengelegen appartementen sliepen. Zij zijn enorm geschokt en voelen zich onveilig in hun  eigen leefomgeving. Zij voelen zich in de steek gelaten door de gemeente en zijn het nu meer dan zat! Daarom zal de bewonersvereniging Vaartbroek een brandbrief sturen naar het college.
Concluderend kunnen we stellen dat de veiligheidssituatie in het winkelcentrum Vaartbroek, ondanks de ontkenning van het college en de politie in deze stad, snel achteruit gaat. Kent het najaar als het vroeg donker is zo zijn eigen problemen, met het voorjaar en de zomer in het vooruitzicht wanneer de overlast/criminaliteit ook dan weer een piekmoment heeft, beloofd dat weinig goeds. Vaartbroek verdient beter.
Daarom stellen wij de volgende aanvullende vragen:
1. Is het college bekend met de actuele situatie? Zo nee, waarom niet?
2. Zo ja, is het college dan bereid om alsnog de wens van ondernemers en bewoners van Vaartbroek te honoreren en een snelle herinvoering van beveiligingscamera’s in het WC Vaartbroek te bewerkstelligen?
3. Zo ja, op welke termijn gaat dit dan gebeuren?
4. Zo nee, welke drastische maatregelen gaat het college en de politie dan nemen om de veiligheid/reputatie van de wijk te herstellen en te waarborgen?
5. Wat heeft het college sinds de beantwoording van de raadsvragen in januari concreet gedaan om de veiligheid te verbeteren/waarborgen?
6. Wanneer gaat het buurtpreventieproject in dit deel van vaartbroek van start? Deze vraag wordt gesteld omdat de bewonersvereniging Vaartbroek tot nu toe niets van u heeft vernomen. Dit terwijl de huidige situatie wel vraagt om een snelle actie.
Fractie Lijst Pim Fortuyn


Vervolg Raadsvragen van 16 december 2010


Zinloze vernielingen blijven aanhouden



Eindhoven, 17 maart 2011

Geacht college,

In december 2010 heeft onze fractie raadsvragen gesteld naar aanleiding van de toenemende overlast en criminaliteit in het winkelcentrum Vaartbroek. Toen hebben wij aangedrongen op herplaatsing van de beveiligingscamera's in het winkelcentrum. Hierop kregen wij in januari van dit jaar een negatief antwoord.

Erger nog, noch het college, noch de politie van Eindhoven voelen zich verantwoordelijk voor de onveiligheid die op- en in de openbare ruimte plaatsvindt. U legt in dit geval de verantwoordelijkheid wederom neer bij de ondernemers en de burgers in Vaartbroek. Maar méér dan inbraakwerende voorzieningen en cameratoezicht in de winkels kunnen en mogen de ondernemers (volgens de huidige wetgeving) niet doen.

Bezuinigen met alle negatieve en positieve gevolgen

Bezuinigen met alle negatieve en positieve gevolgen
De afgelopen maanden is er in de gemeenteraad en in de raadscommissies over vrijwel niets anders dan bezuinigingen gesproken. En terecht want onze gemeente moet € 56 miljoen per jaar bezuinigen. Geen gemakkelijke opgave  omdat bezuinigen niet alleen een financiële maar ook een sociale kant heeft.  Dat werd maar al te duidelijk in de hoorzitting, die in januari van dit jaar in het stadhuis plaatsvond. Met name de insprekers van de ijsbaan en het CKE spraken, massaal gesteund door verenigingsleden en cursisten, hun ongerustheid uit over het negatieve effect van de voorgestelde bezuinigingen.
Circa 20 verenigingen zullen de dupe worden als de ijsbaan sluit en het CKE zal minder kinderen kunnen toelaten. Het voorstel om de ijsbaan te sluiten is niet alleen door het jaarlijkse exploitatietekort van € 1 miljoen ingegeven, maar ook omdat schaatsen niet in het DNA van de stad zit. Wat natuurlijk flauwekul is. Want als we naast Pieter van den Hoogenband (zwemmen zit dus wel in het DNA van de stad) een top schaats(t)er zouden hebben, dan zou schaatsen wel in het DNA van Eindhoven zitten. Ophouden dus met dat onzinnige DNA gedoe.
Bezuinigen kan echter ook positief uitpakken. Voorbeeld: Bij de Rotterdamse rederij waar ik in mijn jonge jaren werkte, moest drastisch bezuinigd worden omdat de internationale cruisemarkt op z’n ‘gat’ lag. Met name het kantoorpersoneel had het er moeilijk mee. Ze konden het werk nu al moeilijk aan, laat staan als het werk door minder mensen gedaan moest worden. Maar wat was de praktijk na de bezuiniging? Er werden minder fouten gemaakt en het werk was sneller af. Dit kwam omdat men zich door de kleinere personele bezetting nu meer op het reguliere werk moest focussen en er geen tijd meer was voor ‘franje’. Ook werd er hierdoor effectiever binnen de vastgestelde tijd vergaderd. Ik geef dit voorbeeld omdat er ook binnen het gemeentelijk apparaat bezuinigd gaat worden. Deze bezuiniging kan volgens mij dus niet alleen financieel voordeel opleveren, mits leidinggevenden hier bewust op gaan sturen en zelf op de resultaten afgerekend worden.
Zoals eerder gezegd, kan effectief vergaderen positief bijdragen aan bezuinigen, dus ook bij de gemeente Eindhoven. Als alle agendapunten binnen de vastgestelde tijd behandeld worden, hoeven  er geen agendapunten doorgeschoven te worden naar een volgende vergadering of een vergadering daaropvolgend. Dit vertraagt de besluitvorming en vaak worden de burgers in Eindhoven hiervan de dupe. Om maar niet te spreken van de ondernemers, die met deadlines werken. Dit in tegenstelling tot het ambtelijk apparaat, waar het werken met deadlines minder belangrijk is. Dit behoeft verbetering zodat samenwerking tussen gemeente en bedrijfsleven slagvaardiger verloopt. Laten we als burgers en ondernemers hopen dat de bezuinigingen hieraan een positieve bijdrage zullen leveren.
Charles


Column Goeie Zaken maart 2011


Charles Stroek


De afgelopen maanden is er in de gemeenteraad en in de raadscommissies over vrijwel niets anders dan bezuinigingen gesproken. En terecht want onze gemeente moet € 56 miljoen per jaar bezuinigen. Geen gemakkelijke opgave  omdat bezuinigen niet alleen een financiële maar ook een sociale kant heeft.  Dat werd maar al te duidelijk in de hoorzitting, die in januari van dit jaar in het stadhuis plaatsvond. Met name de insprekers van de ijsbaan en het CKE spraken, massaal gesteund door verenigingsleden en cursisten, hun ongerustheid uit over het negatieve effect van de voorgestelde bezuinigingen.

Nieuwsbrief maart 2011

Verkiezingen
De Provinciale verkiezingen zijn weer achter de rug, alhoewel wij ons kunnen afvragen of de campagne die alle partijen hebben gevoerd wel over provinciale zaken gingen. Nee integendeel, de toekomstige zetelverdeling in de Eerste Kamer voerde de boventoon. Er zijn maar bitter weinig kiezers in de 12 provincies die kennis hebben kunnen maken met provinciale kandidaten en de diverse verkiezingsprogramma’s. Daarnaast kunt u zich afvragen, dit in navolging van Pim Fortuyn of het aantal van 12 provincies niet kan worden teruggebracht naar 4 of 6 met grote uitvoerende bevoegdheden, waardoor Den Haag zaken van bovenregionaal belang kan regelen. Dat daardoor de bureaucratie wordt gehalveerd en daarmee de schatkist gespekt zal overbodig zijn om te vermelden.
Maar goed. Politieke kopstukken uit de landelijke politiek lieten zich maar al te graag uitnodigen voor diverse debatten en TV optredens. Met name de linkse partijen, met volledige medewerking van de voornamelijk gekleurde media, lieten geen middel onbenut om de Nederlandse burgers te vertellen dat het huidige kabinet, VVD, CDA met gedoogsteun van de PVV slecht is voor ons land. Dus ook slecht voor u. Dat men daarbij zelden de waarheid verkondigde is bijzaak.
Niet dan? Nee, absoluut niet, dit is misbruik maken van hun machtsposities. Inderdaad machtsposities die men dankzij de vele miljoenen euro’s subsidie, die jaarlijks op hun vette rekening worden bijgeschreven. Subsidies die in het verleden door dezelfde regeringspartijen zijn verstrekt. U zou de vergelijking kunnen maken met Italiaanse praktijken, die Berlusconi in het zadel houden. Met geld is macht te koop, dat wordt nu weer eens bewezen.
Bezuinigingen
Door de overtollige bureaucratie, de verspilzucht uit het verleden en omdat ook Eindhoven minder geld krijgt uit Den Haag, is ook onze stad genoodzaakt om de broekriem aan te halen, om de € 56 miljoen euro die wij moeten bezuinigen op te kunnen vangen. Met een positieve blik kun je stellen dat dit een uitstekende gelegenheid is om in de bureaucratische mallemolen in onze stad orde op zaken te stellen.
Dus een afgeslankt gemeentelijk apparaat, met als gevolg minder bureaucratie en als resultante een besparing van vele miljoenen euro’s, is onze fractie meer dan welkom. Dat zal duidelijk zijn. Anderzijds heeft ook de Gemeente Eindhoven de verplichting om mensen die aangewezen zijn op hulp zoveel mogelijk te ontzien. Ook onze fractie zal daarbij de vinger aan de pols houden.
Maar ook het voorgenomen besluit van het college om de ijsbaan en meerdere sporthallen te sluiten, valt bij de LPF verkeerd. Bezuinigen op een jaaromzet van ca. 800 miljoen is niet hetzelfde als prijzen of tarieven verhogen en/of sport- en vrijetijdsaccommodaties sluiten, die dagelijks nog bewijzen onmisbaar te zijn.
Inhuur Derden
Natuurlijk zal het u niet zijn ontgaan dat al enige tijd meerdere politieke partijen in de Eindhovense gemeenteraad nu tegen de ca. 45 miljoen euro per jaar voor inhuur derden zijn. Met nadruk op het woordje nu omdat onze fractie al in juni 2008 met vooruitziende blik een motie had ingediend om het bedrag van 11 miljoen in 2006, in 2007 naar 22 miljoen was gestegen te maximaliseren. U begrijpt het al, slechts 7 medestanders onder de locale partijen. Maar goed, tegen de verkiezingen in 2010 gingen alsnog alle ogen open. Het wrange voor Eindhovense burgers is dat de hoogte van de huidige bezuinigingen wellicht beperkt hadden kunnen blijven, indien men 3 jaar geleden onze motie had aangenomen. Maar beter laat dan nooit en niet zelden krijgt de Lijst Pim Fortuyn later pas het gelijk aan haar zijde. Voorbeelden daarvan zijn er voldoende.
Rudy Reker, fractievoorzitter
Ondersteuning
Natuurlijk hebben wij uw steun nodig. Niet alleen financieel, hoewel 25 euro per persoon per jaar voor u nog valt te overzien, maar vooral uw inbreng en zienswijze is voor onze fractie belangrijk. Via onze website kunt u zich aanmelden, waarbij een automatische afschrijving tot de mogelijkheden behoort. Omdat de Lijst Pim Fortuyn een ANBI beschikking heeft van de belastingdienst is dit bedrag fiscaal aftrekbaar.
Contributie
Voor diegene die ons toestemming hebben verleend voor een automatische incasso van de jaarlijkse contributie, zal de opdracht daarvoor in deze maand plaatsvinden.
Ledenvergadering
Voor de komende ledenvergadering in juni, zult u nog een aparte uitnodiging ontvangen.
Gast van de Raad
Wilt u de raads- of commissievergaderingen met uw kennissen eens van dichtbij bijwonen, laat het ons dan weten. Wij regelen het dan voor u.
Provinciale Staten
Tenslotte feliciteren wij ons voormalig commissielid Alexander van Hattem met zijn benoeming hedenmorgen als Statenlid voor de PVV in de Provinciale Staten van Noord Brabant. Namens de Lijst Pim Fortuyn is er een bos bloemen overhandigd met de daarbij behorende felicitaties. Uiteraard wensen wij Alexander veel succes in zijn verdere carrière.


Periodieke digitale nieuwsbrief


Verkiezingen


De Provinciale verkiezingen zijn weer achter de rug, alhoewel wij ons kunnen afvragen of de campagne die alle partijen hebben gevoerd wel over provinciale zaken gingen. Nee integendeel, de toekomstige zetelverdeling in de Eerste Kamer voerde de boventoon. Er zijn maar bitter weinig kiezers in de 12 provincies die kennis hebben kunnen maken met provinciale kandidaten en de diverse verkiezingsprogramma’s. Daarnaast kunt u zich afvragen, dit in navolging van Pim Fortuyn of het aantal van 12 provincies niet kan worden teruggebracht naar 4 of 6 met grote uitvoerende bevoegdheden, waardoor Den Haag zaken van bovenregionaal belang kan regelen. Dat daardoor de bureaucratie wordt gehalveerd en daarmee de schatkist gespekt zal overbodig zijn om te vermelden.

Is dit wat links Nederland wil?

 

Bijdrage: Pieter Stolker

Voormalig voorzitter provincie Zuid Holland en lid Lijst Pim Fortuyn Eindhoven

9 maart 2011


Totalitaire politieke correctheid

In de Huizinga-lezing van 2003 laat Abram de Swaan zien dat het totaal van alle moorden door staten begaan op ongewapende (eigen) burgers in de 20e eeuw honderd zeventig miljoen (170.000.000)  mensen bedraagt.

Dit toch werkelijk onvoorstelbare aantal kan vergeleken worden met het dodental door oorlogshandelingen tegen gewapende tegenstanders: vierendertig miljoen mensen. Er zijn dus in de afgelopen eeuw vijfmaal zoveel weerloze mensen van staatswege vermoord als er door gericht militair ingrijpen gesneuveld zijn.
Tot de grootste moordenaars onder deze socialistische heilstaten behoorden o.a.   Rusland met twee en zestig miljoen mensen. Omgebracht tussen 1917 en 1987 door executie, mishandeling, foltering, uitputting of uithongering. Uitsluitend en alleen omdat de socialistische machthebbers dachten dat deze mensen misschien wel eens een gevaar voor hun machtspositie zouden kunnen zijn. Bijna vijfenvijftig miljoen hiervan waren burgers van de Sovjet-Unie zelf.
De tweede op deze macabere lijst is Communistisch China met ruim vijfendertig miljoen vermoorde burgers tussen 1949 en 1987 .
In dit licht bezien is het opmerkzaam dat onze links georiënteerde elite deze massa moordenaars nog altijd blijven verheerlijken.  GroenLinks is niets anders dan de voortzetting van de CPN die ons land altijd tot eenzelfde staatsinrichting wilde omturnen als voornoemde socialistische heilstaten.
Alle cijfers uit deze Huizinga-lezing zijn ontleend aan het boek van Rudolf J. Rummel - Statistics of Democide: Genocide and Mass Murder Since 1900 (Münster: Lit Verlag, 1997)
Wat ons brengt bij de volgende overpeinzing.
Love, Peace en de Frankfurter Schule
De afgelopen decennia is in de westerse wereld een systeem van overtuigingen, normen en waarden gaan heersen dat bekend staat als "politieke correctheid". Hoewel er soms nonchalant op wordt gereageerd, is politieke correctheid bloedserieus in haar doelstelling: het streeft ernaar een uniformiteit van denken en gedrag op te leggen en tolereert daarbij geen tegenspraak. Daarom kan politieke correctheid als totalitair worden beschouwd, en een regelrechte bedreiging voor de vrijheid en westerse beschaving.
Politieke correctheid wordt gebruikt om debat te blokkeren en tegenstanders te marginaliseren door hen met impopulaire labels te brandmerken. Het corrumpeert taal, vernietigt cultuur en maakt het onmogelijk om kritiek te uiten over wat er in de samenleving gaande is. Dit fenomeen heeft zich vanaf de jaren zestig stevig verankerd in het westen -- van de academische wereld tot en met de entertainment industrie, van de nieuwsmedia tot in de gebouwen van de overheid -- en is in vrijwel alle facetten van de samenleving doorgedrongen. Het is het grote drama van de moderne tijd, een aandoening die voor tientallen miljoenen mensen de dood betekende, in Europa, in Rusland, in China en elders. Maar waar komt het vandaan, wat schuilt erachter?
Een onwillig proletariaat
Politieke correctheid is cultureel marxisme, en de geschiedenis daarvan gaat terug tot voor de Eerste Wereldoorlog.[1] De marxistische theorie stelde dat als eenmaal grote oorlog zou uitbreken in Europa, de arbeiders van alle landen samen zouden opstaan in een revolutie om het kapitalisme -- hun "bourgeoisregeringen" -- omver te werpen, en deze te vervangen door "internationaal socialisme", de revolutie van onderop. Maar toen die grote oorlog er eenmaal was, gebeurde dat niet: ze gingen tegen elkaar vechten. Alleen de elite stond op, de rijkeluiskinderen, de gegoeden. Zoals in 1917 met de revolutie door de Russische "revolutionaire sociaaldemocraten".
De omwenteling in Rusland bracht de voorman van de SDAP, Jelles Troelstra ertoe ook in Nederland een revolutie te ontketenen. Op 5 november 1918 sprak hij tot een verbouwereerde Tweede Kamer dat de arbeidersklasse in Nederland en Duitsland de macht zou gaan grijpen:
"Vergeet niet, wanneer het eenmaal zover is  [de revolutie], dat gij u niet meer staande kunt houden, dan zullen er andere krachten komen, die uw plaats innemen. Dan is de tijd van het burgerlijk regeeringsstelsel [democratie] voorbij, dan zal de arbeidersklasse, de nieuw opgekomen macht, u verzoeken van die plaats te gaan. (...) Uw vrienden zijn wij niet, wij zijn uw tegenstanders, wij zijn als gij wilt uw meest verbitterde vijanden."
Troelstra's revolutie liep op 14 november 1918 met een sisser af. Het proletariaat had hem in de steek gelaten. Ook de revolutie van 9 november in Duitsland zette niet door, en werd uiteindelijk "gesmoord" met een gematigd sociaaldemocratische regering, net als de revolutie van januari 1919, die door de gematigd sociaaldemocraten hard werd neergeslagen. Dit alles was een desillusie voor menig revolutionair socialist, zoals Herbert Marcuse (waarover zo meer) en de latere nazi Georg Strasser, die over de mislukking zei:
"Wij haten die dag, en wij verachten haar aanhangers, net zoals wij haar vrucht haten: de huidige Staat! Maar wij haten die dag en haar opstand niet als reactionairen…maar als revolutionairen! Als Duitsers! Als frontsoldaten! Als socialisten! (…) Waar was die revolutie dan, die in de naam van het socialisme de rode vlag van de zegevierende zelfbevestiging had moeten voeren tegen de opdringers van het vijandige kapitalisme?"
Dus in tegenstelling tot wat de marxistische theorie stelde, liepen arbeiders helemaal niet warm voor de revolutie en had de grote oorlog niet tot de voorspelde internationale geleid. Volgens marxisten kon dat natuurlijk nooit aan de marxistische theorie zélf liggen. Troelstra gaf daarom met enig dédain de arbeiders de schuld, en hij was niet de enige:
"Slechts wil ik er aan herinneren, hoe ook Mevrouw Roland Holst in haar brochure ‘Het socialistisch proletariaat en de vrede’ toegeeft, dat het nationaal gevoel, dat in gewone tijden bij de grote massa sluimert, wanneer een land of een natie wordt aangevallen en zich bedreigd gevoelt, veel intenser in het bewustzijn treedt dan de internationale klasse-eenheid, die nog jong is!"
Herman Gorter, medeoprichter van de SDAP (opgegaan in de PvdA) filosofeerde in een open brief aan Lenin in 1920 over een manier om de arbeiders aan te pakken:
"Het tactische probleem nu is hoe de traditionele bourgeois-manier van denken, dat de kracht uit het proletariaat wegzuigt, kan worden uitgewist; want alles dat de traditionele gezichtspunten versterkt is contraproductief."
Dat was niet aan dovemansoren gericht. Al in 1918 was Lenin begonnen met het "uitwissen" van "traditionele gezichtspunten", van politiek incorrecten. Eerst de politieke en intellectuele competitie, daarna de andersdenkenden, religieuzen en onwillige of overbodige arbeiders. De hoofdaanklager destijds redeneerde: ''Wij moeten niet alleen de schuldigen executeren. Executie van de onschuldigen zal nog meer indruk op de massa maken.'' Dit mondde uit in de Goelag, dat vele miljoenen mensen de dood in zou jagen.
Psychologische conditionering
Twee marxistische theoretici, Antonio Gramsci in Italië en György Lukács (von Szegedin) in Hongarije, kwamen onafhankelijk van elkaar tot eenzelfde slotsom als Herman Gorter. Zij stelden dat de westerse cultuur en de christelijke godsdienst de arbeidersklasse zó "blind" had gemaakt voor haar ware marxistische klassenbelangen, dat het "internationaal socialisme" onmogelijk grond onder de voeten zou kunnen krijgen in het westen, mits de bestaande traditionele cultuur en het christendom zouden zijn vernietigd.
Gramsci meende dat middels een "veranderde cultuur" eerst een nieuwe "socialistische mens" gekneed moest worden, alvorens een socialistische revolutie mogelijk zou zijn. Hij pleitte voor "de mars door de instituties" in het westen; het diep doordringen in de media, universiteiten, belangengroepen, politieke partijen, enz., om zo het internationaal socialisme van binnenuit te bewerkstelligen. Lukács echter, zocht het niet in het veranderen, maar het vernietigen van de cultuur, middels de revolutionaire destructie van de samenleving zelf, want:
"een dergelijke wereldwijde omverwerping van waarden kan niet plaatsvinden zonder de vernietiging van de oude waarden, en het creëren van nieuwe door de revolutionairen."
Toen in 1919 Bela Kun in Hongarije de macht greep en de "dictatuur van het proletariaat" uitriep, werd Lukács staatssecretaris voor cultuur. Al snel pleitte hij voor "revolutionaire terreur" tegen andersdenkenden, wat leidde tot politieke processen en honderden executies, maar ook knokploegen inspireerde, zoals de "Lenin Boys", een voorloper van Antifa (zie foto hieronder) dat als motto had: "Voor ze de revolutie verstikken, stik ze in hun eigen bloed!"
Eén van Lukács' eerste maatregelen echter was de invoering van seksuele voorlichting in de Hongaarse scholen. Hij wilde zo de traditionele seksuele moraal saboteren en daarmee het gezin uiteenspelen, wat een belangrijke stap zou zijn naar de vernietiging van de westerse cultuur zelf. Maar het regime Bela Kun bleef maar kort aan de macht, deels omdat de Hongaarse arbeiders woest waren over Lukács' aanval op hun tradities en moraal.
Frankfurter Schule
Ondanks de mislukking in Hongarije zou Lukács van grote invloed zijn op een marxistische denktank die in 1923 aan de Universiteit van Frankfurt in Duitsland werd opgericht, dat om het marxisme te verhullen het neutraal klinkende Institut für Sozialforschung werd genoemd, maar algemeen bekend staat als de Frankfurter Schule. In 1930 werd Max Horkheimer er de directeur van en ging in alle ernst de aanbevelingen van Lukács tot uitvoering brengen: het vertalen van het marxisme van economische naar culturele termen. Een culturele revolutie als "Paard van Troje" voor de gewenste socialistische revolutie. Waar het Marx pleite voor de vernietiging van de economische structuren van de maatschappij, pleitte de Frankfurter Schule voor de vernietiging van de culturele structuren, de maatschappij zelf.
De sleutel tot het succes van de Frankfurter Schule zou de kruising zijn van de theorieën van Marx met de psychoanalyse van Freud. De theoretici voerden aan dat onder het kapitalisme de arbeiders in het Westen in een toestand van economische onderdrukking leefden, dus ook een zekere psychologische onderdrukking, wat dan voor alle mensen het geval was. Uit de psychologie -- naast Freud onder andere Pavlov en Le Bon -- ontleenden zij vervolgens de techniek van de "psychologische conditionering" van de samenleving met de bedoeling te resulteren in overgave.
In 1933 verhuisde de Frankfurter Schule van Duitsland naar New York. Daar incorporeerden de theoretici de Kritische Theorie in hun werk, wat een destructieve vorm van kritiek behelsde op de belangrijkste elementen van de westerse cultuur, op iedere traditionele maatschappelijke instelling.
Deze met opzet vernietigende kritiek richtte zich vooral op het gezin, maar ook op het christendom, kapitalisme, autoriteit, patriarchaat, hiërarchie, moraal, traditie, seksuele zelfbeheersing, loyaliteit, patriottisme, nationalisme, erfelijkheid, etnocentrisme, conventies en conservatisme.
Hiermee zou het mogelijk moeten zijn de traditionele overtuigingen en de bestaande sociale structuur te saboteren, om die dan te vervangen met een "nieuwe manier van denken", dat zich in dezelfde mate in het elementaire bewustzijn zou moeten nestelen als "de oude manier van denken".
De Frankfurter Schule ging ook werken aan een serie Studies in vooroordelen (Studies in Prejudice), uitmondend in het nu nog immens invloedrijke boek van Theodor Adorno, De Autoritaire Persoonlijkheid, wat stelde dat iedereen die de traditionele cultuur voorstaat, een "fascist" is, een "racist", "antidemocratisch", "rechts" en ook nog eens "geestesziek".
Twee leden van de Frankfurter Schule, Erich Fromm en met name Herbert Marcuse, introduceerden nog iets anders dat centraal staat in de politieke correctheid, en dat is het seksuele element. Marcuse -- die gestudeerd had bij de marxist en nazi-adept Martin Heidegger, en hevig beînvloed was door de eerder genoemde Lukács -- propageerde een "polymorfe perversiteit", narcisme en de omhelzing van een "seksuele bevrijding" -- van feminisme tot aan pedofilie.
Gewillige studenten
Toen Marcuse eind jaren vijftig zag dat de studenten zich begonnen te roeren, hoopte hij op een mogelijkheid de revolutie aan te wakkeren. Hij ging het moeilijk te doorgronden werk van de Frankfurter Schule-denkers vertalen in boeken die voor studenten gemakkelijk te begrijpen waren. In deze boeken pleitte hij voor een "nieuwe beschaving" waar werk en productiviteit irrelevant zouden zijn, iets wat er bij die jongeren inging als koek.
In "Eros en Cultuur" bijvoorbeeld, riep Marcuse op tot een revolutie tegen de traditionele westerse cultuur -- die gebaseerd zou zijn op imperialisme, militarisme, seksisme, racisme, onderdrukking en consumptie -- met de theorie van het grote afwijzen (Great Refusal). Degenen die zich dan zouden aansluiten bij deze revolutie werd vervolgens een Luilekkerlandutopie voorgehouden van vrije seks, en het ontbreken van de noodzaak van werk. In de jaren zestig werd Eros en Cultuur mede daarom de "bijbel" van de jonge generatie; de studenten, de Provo's, de hippies en menig kunstenaar, en werd Marcuse gezien als "de goeroe van de tegencultuur-beweging". Een Amerikaanse student uit die tijd schreef over de Marcuse-rage:
"Aan de oost- en de westkust, stookte menig professor de studenten op tot het actief afwijzen van autoriteit, om gearresteerd te worden, om LSD te proberen, om 'make love, not war' te bedrijven. Ik hoorde dat pagina's uit een stuk met de titel Eros en Civilization, geschreven door de een of andere Herbert Marcuse, onder studenten rondging in cafés, op demonstraties en in studentenhuizen. Het was tijd voor verandering ("change").
Marcuse probeerde het oppositionele denken en gedrag nog wat meer aan te wakkeren met "De Eéndimensionale Mens". Hierin stelde hij dat alleen een marginale groep van niet-geïntegreerde minderheden, "outsiders" en radicale intelligensia, daadwerkelijk in staat zou zijn zich tegen het westerse systeem en maatschappij te verzetten. Daarbij hadden de "onderdrukte minderheden" dan het volste recht om illegaal verzet toe te passen wanneer de legale situatie verzet niet toeliet. Het boek had daarmee grote invloed op de "Nieuw Links"-beweging, waar de radicale vleugel van de PvdA een onderdeel van was, en vanaf dan er een grote invloed zou hebben.
Misselijkmakende middenstand
De eerder genoemde Provo beweging -- die zich oorspronkelijk tot taak had gesteld de Nozems te heropvoeden (radicaliseren) en revolutionair te maken[8] -- stelde dat de onverschillige en luie (want niet-revolutionaire) arbeiders waren ontaard tot een "klootjesvolk", "spruitjeseters" en "misselijkmakende middenstand" waar niemand meer iets goeds van hoefde te verwachten. Dus namen zij zelf maar het heft in handen.
Dit deden zij ondermeer met "ludieke akties", waarin de politie werd geprovoceerd om zo de autoriteiten uit te dagen en te ridiculiseren. De Provo's werden hiertoe geïnspireerd door Marcuse's theorie van de "overbodige-repressie", wat het product van sociale overheersing zou zijn (door ouders, professoren of in dit geval: autoriteiten). Dit werkte diep door in de prive-sfeer, iets waar de theoretici van de Frankfurter Schule lang op gehoopt hadden. Eén van de Nederlandse bezetters van de Parijse universiteit de Sorbonne in mei/juni 1968 -- die in de bibliotheek aldaar met anderen een provisorische La République Provo had ingericht -- schrijft hierover:
"De machtsstructuur in de dagelijkse directe relaties was ondraaglijk geworden voor degenen die aan de zwakkere, ontvangende kant stonden. Niet alleen de machtsverhoudingen binnen het patriarchale gezin werden ter discussie gesteld -- waar de oude, ongelijke verhoudingen tussen man en vrouw en (in mindere mate) tussen ouders en kinderen ondragelijk was geworden -- maar ook directe relaties buiten het gezin: zoals de ongelijke machtsverhoudingen tussen leraar en leerling, tussen de nieuwe professionals en het management, enzovoort."
De "babyboomers" van na de oorlog werden lijnrecht tegenover hun ouders gezet (wat "generatiekloof" genoemd werd). De ouders die de ontberingen van de crisis en oorlog nog goed in het geheugen hadden, zich in de jaren van wederopbouw hadden ontzien en net de welvaart begonnen te genieten, werden ineens door hun kroost voor nazi's en spruitjeseters uitgemaakt. Harry Mulisch schreef instemmend over deze recalcitrante jongeren
"Terwijl hun ouders op ijskasten en wasmachines gezeten met hun linkeroog naar de TEEVEE keken en met hun rechter naar de AUTO voor de deur, een mixer in hun ene hand, De Telegraaf in de andere, begaven de kinderen zich 's zaterdagsavond naar het Spui."
Provo inspireerde op zijn beurt een hele reeks andere bewegingen, zoals de kraakbeweging, de milieubeweging, de jongerenbeweging, de vrouwenbeweging, de vredesbeweging, anti kernenergiebeweging, dierenbevrijdingsbeweging, enz., tot aan discriminatiebureaus aan toe. Dit alles gericht tegen de westerse maatschappij en met name de witte, niet-revolutionaire man. Ook de jongeren die rond 1970 dag en nacht op de Dam in Amsterdam rondhingen, de "damslapers," richtten zich -- geheel volgens de lijn van de Frankfurter Schule en Provo -- tegen het klootjesvolk (hun ouders) en gelijk maar de hele westerse samenleving.
Uit een interview met een "damslaper":
Wat doen jullie hier nu precies?
Wij protesteren vreedzaam.
Waartegen dan?
Tegen De maatschappij.
Maar wat was de ideale maatschappij dan? De luilekkerland- en vrijeseks-utopie uit Eros en Cultuur. Het oprichtingsmanifest van de Oranje Vrijstaat (dat via de De Kabouterpartij voortkwam uit Provo) van 5 februari 1970 licht hierover een tipje van de sluier op:
"De nieuwe maatschappij is (…) gedecentraliseerd en antiautoritair. (…) Het is niet meer het socialisme van de gebalde vuist, maar van de gestrengelde vingers, van de geërecteerde penis..."
Met betrekking tot de huidige voortlevende politieke correctheid, kan Marcuse daarom als het belangrijkste lid van de Frankfurter Schule worden beschouwd. Hij was niet alleen de bron van het hippie-credo "make love not war"-- in de protesten tegen de oorlog in Vietnam, maar bovenal de elementaire link van de Frankfurter Schule naar de tegencultuur van de jaren zestig.
Tijdens de revolutie van mei/juni '68 In Parijs, schilderden studenten dan ook de leus "Marx Mao en Marcuse" op de muren. Ook in de muziek drong de "culturele revolutie" en bijbehorende polaristatie door. Waar Nieuw Links Satisfaction van de Rolling Stones tot de "klassiekers van onze tijd" rekende (wegens de vermeende kritiek op de consumptiemaatschappij), zou John Lennons "Revolution" laten zien dat de Beatles "opzettelijk hun kapitalistische investering aan het veiligstellen waren" (wat Lennon later "corrigeerde" met o.a. de meezinger Imagine). Waarom? Bijvoorbeeld door dit refrein:
"You tell me it's the institution / Well, you know / You better free you mind instead / But if you go carrying pictures of chairman Mao / You ain't going to make it with anyone anyhow"
Totale intolerantie
Het cultureel marxisme van de Frankfurter Schule was zo diep in de "babyboom-generatie" geïnjecteerd, dat het zelfs vandaag nog de heersende ideologie is die zich via het onderwijs, de universiteiten, media en politiek als een epidemie via de latere generaties heeft verspreid. Over deze periode, die een fundamentele verandering betekende van ons normen- en waardesysteem, zei Marcuse dan ook:
"Men kan met recht spreken van een culturele revolutie, omdat het protest gericht is op het hele culturele establishment, inclusief de moraal van de bestaande maatschappij."
Maar niet iedereen was enthousiast. over de "verworvenheden" van deze revolutie. Nicolas Sarkozy bijvoorbeeld zei in zijn presidentscampagne van 2007:
"Na mei '68, kon je het niet meer over de moraliteit hebben. Dat was een woord dat uit het politieke vocabulaire verdwenen was. (..) Mei '68 heeft ons een intellectueel en moreel relativisme opgelegd. De erfgenamen van mei '68 hebben het idee opgelegd dat alles van waarde was, dat er geen enkel verschil tussen goed en kwaad bestond, tussen waar en onwaar, tussen schoonheid en lelijkheid. (...) Ze hebben geprobeerd ons te laten geloven dat er geen hiërarchie van waarden zou kunnen bestaan. Zij hebben uitgeroepen dat alles mocht, dat het gezag aan zijn einde was, dat het met de goede manieren afgelopen was, dat respect voorbij was, dat er niets groots over was, niets heiligs, niets bewonderenswaardigs, geen normen meer; niets was meer verboden."
Inderdaad, "niets was meer verboden", behalve dan voor "rechts". De Frankfurter Schule is de bron van de meest indringende karakteristiek van politieke correctheid waar de westerse samenleving sinds de "sixties" mee geconfronteerd wordt: de absolute intolerantie ten opzichte van alle opvattingen die van buiten de eigen, linkse gelederen komen. Marcuse's populaire essay over Repressieve Tolerantie -- een politiek van keiharde confrontatie en polarisatie -- is een regelrechte rechtvaardiging voor de onderdrukking van de niet-linkse meningsuiting. Het ligt aan de basis van de "hate-speech" wetgeving en de huidige demonisering van politieke incorrectheid. David Horowitz, in de jaren zestig kortstondig aanhanger van Nieuw Links, legt het als volgt uit:
"Volgens Marcuse zou de gewone tolerantie 'die zowel aan links als rechts wordt toegekend, zowel aan agressieve bewegingen als vredesbewegingen, aan hatende als humanitaire partijen, in feite de machinaties van discriminatie beschermen' (repressieve tolerantie). Door deze logica was de onderdrukking van de conservatieve standpunten (bevrijding van tolerantie) een progressieve plicht. Het beoordelen van conservatieve universitaire kandidaten op hun verdiensten, zonder met hun politieke en maatschappelijke opvattingen rekening te houden, stond gelijk aan discriminatie en onderdrukking van de samenleving als geheel".
"Rechts" -- of beter: alles wat niet links was -- had geen recht meer van spreken en al helemaal niet van tegenspraak: het diende met alle middelen bestreden te worden. Politieke incorrectheid werd niet langer meer als een beoordelingsfoutje gezien, maar net als onder Lenin op zijn best als een psychische aandoening, en op zijn slechtst als verraad. Dit heeft de vijandigheid ten opzichte van wat niet "links" is in de samenleving en politiek vanaf de jaren zestig tot nu aan toe vergaand beïnvloed. Marcuse's "bevrijding van tolerantie" is daarom feitelijk niets minder dan een recept voor (gewelddadige) onderdrukking.
De Frankfurter Schule inspireerde -- via Gramsci en vooral Marcuse -- niet alleen Provo en Nieuw Links (PvdA). De gepropageerde absolute intolerantie tegenover "rechts" heeft ook belangrijke invloed gehad op bijvoorbeeld de Rote Armee Fraktion (1968-1998). Deze linkse terreurbeweging werd opgericht na de studentenrellen van 1968 in Duitsland, die net als de revolutie van vijftig jaar eerder alweer geen "internationale" had gebracht. De "bevrijding van tolerantie" heeft in handen van deze terreurgroep bijna dertig mensen het leven gekost -- waarvan sommigen zelfs koelbloedig werden geëxecuteerd -- en raakten ca. zeventig mensen gewond.
Culturele revolutie
Maar dat was niets vergeleken bij de culturele revolutie die door Mao op 18 augustus 1966 werd aangekondigd ten overstaan van honderdduizenden enthousiast met Rode Boekjes zwaaiende studenten. De politieke correctheid ("dangxing") ontaardde hier in een bloedige massabeweging om de "vijanden van het volk" te elimineren, de andersdenkenden de "contrarevolutionaire revisionisten". De tien jaar durende campagne verwoestte complete families, onvervangbare culturele schatten en eeuwenoude tradities ("sloop het verleden, bouw een nieuwe wereld").
In navolging van culturele revolutie van Mao, werd ook Cambodja geregeerd door een ideologie van politieke correctheid. Door de "onderontwikkelde staat" van de "marxistische eenheid" zagen de revolutionairen -- veelal uit gegoede families -- er zich gedwongen om meer directe en brutale methoden te gebruiken om politieke correctheid af te dwingen.
De Cambodjaanse revolutionairen hadden hun ideeën voornamelijk opgedaan in Frankrijk. Tijdens hun studie in Parijs (sommigen aan de Sorbonne, zoals de onlangs door de Nederlandse advocaten Koppe en Pestman verdedigde Nuon Chea), werden zij lid van de Franse Communistische Partij (Parti Communiste de France; PCF), de meest strak gedisciplineerde en stalinistische beweging in West-Europa. Via de PCF en de Sorbonne maakten ze ook kennis met het werk van de Frankfurter Schule. Deze PCF-leden richtten de Parijse studentengroep op, die op zou gaan in de Unie van Khmer Studenten (l'Union des Etudiants Khmers; UEK), de voorloper van de Khmer Rouge.
Terug in Cambodja inspireerden de ervaringen in Parijs en de culturele revolutie van Mao tot het idee van een socialistische heilstaat. Voormalig student en AEK lid in Parijs, Saloth Sar (nom de guerre: Pol Pot), pleitte daartoe voor het uitroeien van het kapitalisme, wat hij "een geestesziekte" noemde, en de oprichting van een socialistische samenleving gewijd aan landbouw, een "agrarisch utopia". Mao's adagium "Het is op een blanco pagina waar de mooiste gedichten zijn geschreven" inspireerde daarbij tot het vernietigen van alles uit de pre-revolutionaire dagen -- en wat verder hun utopia in de weg stond. Ongeveer 1,7 miljoen mannen, vrouwen en kinderen werden daarbij geëlimineerd, omdat ze niet politiek correct waren of gewoon "overbodig".
De vernietigingscampagne van de Khmer Rouge had veel parallellen met die van Lenin, Stalin en Mao, die samen met andere socialistische leiders zo'n 110 miljoen mensen de dood hebben ingejaagd, mensen die tussen hen en de progressieve toekomst stonden: de politiek incorrecten.
Waar oud links nog sprak over economische vooruitgang, had Nieuw Links het nu over radicaal egalitarisme. De Khmer Rouge werd de ultieme vervulling van die Nieuwe Linkse benadering. De gruwelen van Cambodia waren daarom geen aberratie, maar een hoogtepunt van de socialistische fantasie. John Perazzo noemt het in Left-Wing Monster: Pol Pot dan ook:
"...een vervulling van de lange, groteske traditie van de beweging voor sociale gerechtigheid".
Hoewel de Republikeinen in de VS vooraf hadden gewaarschuwd dat een Pol Pot overwinning in Cambodia onvermijdelijk zou leiden tot een "bloedbad", wezen anti-oorlog-Democraten als John Kerry dit van de hand, en beschuldigden de Republikeinen van het aanwakkeren van "anticommunistische hysterie". Ook later, toen de genocide volop in gang was, waren in de ogen van de politiek correcte alleen het "Amerikaanse imperialisme" en de "blanke racistische agressie" de grote schurken.
De praktisch gewonnen oorlog in Vietnam sleepte zich dankzij de anti-oorlogsbeweging nog zes jaar door en werd een debacle. De Amerikanen vertrokken, de socialisten in oost en west vierden de overwinning: Vietnam werd een socialistisch Utopia -- waar hardhandig met politiek incorrecten zou worden afgerekend. Zelfs vier decennia later heeft een verdachte van politieke incorrectheid nog steeds geen recht van spreken, laat staan van tegenspraak. Zoals pater Thadeus Nguyen Van Ly:
De Frankfurter Schule vertaalde dus niet alleen met succes het marxisme van economische naar culturele termen. Het heeft met nog veel meer succes en navolging de thema's opgeroepen van seksuele bevrijding, feminisme, slachtofferschap, enzovoorts, maar ook de absolute intolerantie, dat de politieke correctheid tot op de dag van vandaag kenmerkt. Hierbij ligt de Kritische Theorie en de "bevrijding van tolerantie" aan de basis van het eindeloze gejammer over racisme, discriminatie, seksisme, homofobie, islamofobie, xenofobie en het milieu, zoals dat bij voortduring over de burger wordt uitgestort, maar ook de terreur, de demonisering en de politieke processen.
Dit is meteen het onfrisse geheimpje van politieke correctheid: het is een vorm van marxisme, en in feite een verblindende, intolerante, totalitaire en soms zelfs genocidale ideologie. Politieke correctheid is het gebruik van cultuur als een vlijmscherp wapen om nieuwe "normen" op te leggen, om degenen die zich van deze nieuwe bedeling afkeren te stigmatiseren. Om degenen die aandringen op waarden als vrije meningsuiting en vrij en objectief intellectueel onderzoek, buitenspel te zetten. Dat leek in het Westen voortvarend te gaan de afgelopen halve eeuw, en zal niet gemakkelijk losgelaten worden. Martin Bosma schrijft hierover onder andere:
"Radicale ideeën, die in wezen hun wortels hebben in het cultureel marxisme, worden gemeengoed: afkeer van de natiestaat, internationalisme, verheerlijking van de derde wereld, maakbaarheid van de samenleving, hulpverleningssyndroom, negatief tegenover het christendom en cultuurrelativisme – met als rode draad de Wet van het Abjecte Westen. (…) Multicul is de kroon van de sixties. Opgave daarvan betekent ook vaarwel zeggen aan het ground zero van de oppermachtige linkse kerk, het geboorteuur van hun machtsovername, het 'Stunde Eins' van de opstand van de linkse elite."
Omdat Nieuw Links cohesie miste, viel het internationaal uiteen als politieke beweging. Diens revolutionairen reorganiseerden zich in een veelheid van "single issue" groepen, zoals de radicale feministen, 'vredes"activisten, dierenrechten-activisten, milieuactivisme, palestina-activisme en 'homo-rechten'. Nieuw Links en de erfgenamen van Provo zijn "alive and kicking", en bezetten belangrijke posities in de politiek, semioverheid en gesubsidieerde organisaties. Volgens Linda Kimball in "Cultureel Marxisme" tonen zij een voorkeur voor codewoorden als verdraagzaamheid, sociale rechtvaardigheid, economische rechtvaardigheid, seksuele voorlichting en veilig vrijen, veilige scholen, integratie, diversiteit. Maar ook "eerlijkheid" en "respect" mogen in dit rijtje.
"De mate van gedachtecontrole, van beperkingen in vrijheid van meningsuiting, is zonder weerga in de westerse wereld vanaf de achttiende eeuw, en in sommige gevallen langer dan dat (…) Dit lijkt mij een zeer gevaarlijke situatie, want het maakt elke vorm van wetenschappelijke bespreking van de islam op zijn zachtst gezegd, gevaarlijk. De islam en de islamitische waarden hebben nu in de westerse wereld een niveau van immuniteit voor commentaar en kritiek bereikt dat het christendom verloren heeft en het Jodendom nooit heeft gekend."
Een nieuw proletariaat
De cultureel marxisten hebben het nieuwe "proletariaat" -- waarvan zij hopen dat het net zo antiwesters en revolutionair is als zij -- in de armen gesloten, en propageren de cultuurwissel met de term "multicultuur", wat eveneens een vorm van cultureel marxisme is. Dit nieuwe proletariaat, waarvan minister Carel Polak destijds vreesde dat het "zich niet gemakkelijk [zal] assimileren en aparte groepen [zal] blijven vormen", werd afgeschermd van de samenleving middels onderwijs in eigen cultuur en taal, overheidsinformatie in de eigen taal, zelforganisaties en "eigen" wijken. In de 80'er jaren kwam daar lokaal stemrecht bij en mochten niet-westerse immigranten er meerdere paspoorten op na houden. Zogenaamd "om contact met eigen cultuur en thuisland niet te verliezen". Op hetzelfde moment echter, moesten de Nederlanders in den vreemde -- geheel volgens de logica van de Frankfurter Schule -- hun paspoort juist inleveren.
Een lesje leren
Met de processen tegen prominente dissidenten die overal in Europa plaatsvinden -- dit voorjaar alleen al Hedegaard, Wilders en Sabaditsch-Wolff -- lijkt het dat over de ruggen van het gehoopte nieuwe proletariaat heen, de cultureel marxisten een wanhopige poging doen de onwillige samenleving te conditioneren. De kunstenares Sooreh Hera zei onlangs in een interview:
"Ze hebben me heel bewust in de kou laten staan om anderen die de islam willen bekritiseren een lesje te leren. (…) Als je een beetje afwijkende mening hebt, beschuldigen ze jou van van alles."
Cultureel marxisten hopen misschien ongestoord verder te kunnen werken aan wat Paul Weston omschrijft als "etnische zuivering van de oorspronkelijke bevolking" en zo de weg naar het Utopia van Marcuse vrij te maken. De vergoelijking en zelfs ondersteuning van het islamisme door cultureel marxisten roept hierbij een interessante vraag op: waarom zouden marxisten binnen welke stroming ook, de opmars van de islamisering steunen? Waarom laten politiek correcten in het aangezicht van het islamisme hun eis achterwege van "seksuele bevrijding" en "gender gelijkheid" en wat is er over van hun afwijzen van een "patriarchale" en "imperialistische" cultuur?
Het antwoord op deze vraag is dat het cultureel marxisme bondgenoot is met om het even wie of wat, zolang het maar de doelstelling helpt verwezenlijken: het vernietigen van de westerse cultuur en het christendom, met als doel een dissidentloze internationale. Als de gemiddelde westerling ooit door zou gaan krijgen welk doel het dient, waar "de multicultuur" en dat "Nederland waar we naar toe willen" of "aan het maken zijn" een onderdeel van vormt, zou de politieke correctheid weleens in serieuze problemen kunnen geraken.

Dit toch werkelijk onvoorstelbare aantal kan vergeleken worden met het dodental door oorlogshandelingen tegen gewapende tegenstanders: vierendertig miljoen mensen. Er zijn dus in de afgelopen eeuw vijfmaal zoveel weerloze mensen van staatswege vermoord als er door gericht militair ingrijpen gesneuveld zijn.